
Gemeente grijpt in door gebrek aan landelijke regels
Aanleiding voor het nieuwe beleid zijn recente uitspraken van de Raad van State over spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen. De bestuursrechter oordeelde de afgelopen jaren meerdere keren dat een afstand van 50 meter tussen landbouwpercelen en gevoelige functies zoals woningen “niet onredelijk” is vanuit het voorzorgsbeginsel. Volgens de gemeente zorgt het ontbreken van landelijke wetgeving of duidelijke rijkskaders inmiddels voor grote onzekerheid in het buitengebied. Initiatiefnemers weten vaak niet of plannen juridisch haalbaar zijn, terwijl boeren vrezen voor beperkingen van hun bedrijfsvoering.
In het nieuwe handelingskader schrijft de gemeente daarom expliciet dat zij het “haar plicht” vindt om zelf richting te geven aan de manier waarop met spuitzonering wordt omgegaan.
Hoofdregel: 50 meter afstand
De kern van het beleid is: bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geldt voortaan een richtafstand van 50 meter tot agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Die afstand kan op twee manieren worden geregeld:
· binnen het eigen plan, via een spuitvrije zone;
· buiten het plangebied, in overleg met de grondeigenaar.
Als die 50 meter juridisch is vastgelegd, hoeft volgens de gemeente geen uitgebreid aanvullend onderzoek meer plaats te vinden naar spuitzonering. Het uitgangspunt daarachter is dat nieuwe ontwikkelingen bestaande agrarische bedrijven niet extra mogen beperken.
Toch ruimte voor maatwerk
Tegelijk kiest de gemeente nadrukkelijk niet voor een absolute blokkade binnen de 50 meter-zone. In het handelingskader staat expliciet dat maatwerk mogelijk blijft. Dat geldt bijvoorbeeld:
· bij bestaande woningen of erven;
· bij weilanden of gronden waar nauwelijks wordt gespoten;
· bij tijdelijke woonvormen zoals pré-mantelzorg;
· bij recreatief gebruik of short stay;
· bij individuele initiatieven waarbij bewoners bewust kiezen voor wonen nabij landbouwgrond.
De gemeente spreekt daarbij van een “ja, mits”-houding.
Opvallende lijn: eigen verantwoordelijkheid van bewoners
Een van de meest opvallende onderdelen van het beleid is de nadruk op eigen verantwoordelijkheid. De gemeente stelt dat bewoners in sommige gevallen bewust mogen kiezen om binnen 50 meter van agrarische percelen te wonen, mits zij goed geïnformeerd zijn over mogelijke risico’s. Wie een plan indient binnen de richtafstand, moet expliciet aangeven:
· dat hij of zij bekend is met mogelijke gezondheidsrisico’s;
· begrijpt dat sprake is van maatwerk;
· en die risico’s bewust accepteert.
Die risicoacceptatie wordt bovendien contractueel vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de gemeente. Volgens het college past die benadering binnen de Omgevingswet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waarin ook evenredigheid en eigen verantwoordelijkheid een rol spelen.

Tulpenveld met dorp op de achtergrond. Foto: dypics-iStock.com
Strenger bij grotere ontwikkelingen
Voor grotere projecten trekt de gemeente juist een harde lijn. Bij meerdere woningen, maatschappelijke voorzieningen of andere ontwikkelingen die verder gaan dan een individueel initiatief geldt een “nee, tenzij”-houding. In zulke gevallen wil de gemeente in principe vasthouden aan een spuitvrije zone van 50 meter. Als daar geen overeenstemming over ontstaat met een grondeigenaar, kan de gemeente uiteindelijk zelfs besluiten die zone planologisch op te leggen.
Ook blijft uitgebreid locatie-specifiek onderzoek noodzakelijk wanneer van de standaardafstand wordt afgeweken.
Signaal naar andere gemeenten
Met het nieuwe handelingskader positioneert Peel en Maas zich nadrukkelijk in een groeiend bestuurlijk debat over landbouw, gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling. Voor andere plattelandsgemeenten is het dossier inmiddels even urgent. Het buitengebied verandert snel door stoppende boeren, woningsplitsing, mantelzorginitiatieven en woningdruk, terwijl tegelijk de juridische druk rond gewasbeschermingsmiddelen toeneemt.
Het nieuwe beleid van Peel en Maas laat zien dat gemeenten niet langer willen wachten op landelijke regelgeving, maar zelf kaders gaan stellen voor de vraag hoe landbouw en wonen in het buitengebied naast elkaar moeten blijven functioneren.
Binnenkort meer hierover
