Het begon met die ene koffiebar. Je weet wel, waar vroeger nog buurtbewoners zaten met een broodje bal en een krantje, maar waar nu Engelstalige hipsters zitten die oat milk lattes bestellen. En op hun MacBook zitten te Slacken met collega’s in Berlijn. Je hoort ze al van ver: “Hey guys, the WiFi here is amazing!” — alsof ze net een onontdekt paradijs hebben gevonden, terwijl jij hier al je hele leven woont.
En als je die avond thuiskomt, zie je koffers op wieltjes voor de deur. Een nieuwe lichting digitale nomaden. Het huis van je buurman is een half jaar geleden omgetoverd tot een “cozy Amsterdam apartment” op Airbnb.
Ironisch genoeg is dit hetzelfde wereldtoneel dat de energietransitie een flinke zet geeft. Internationale investeerders ruiken rendement in zonnepanelen op hippe daken, techplatforms meten jouw verbruik en algoritmen beslissen waar de volgende laadpaal moet komen. Het resultaat? Er verschijnen duurzame parels in wijken die het kapitaal aantrekkelijk vindt. De stad wordt ‘groener’ — maar vooral voor wie het kan betalen. Duurzaamheid als lifestyle: green en shiny. En nu in trek, vanwege internationale
ontwikkelingen en een vreselijke oorlog, waardoor energie een schaarsteproduct wordt.
Vroeger waren de buurtvereniging en de marktkraam het cement in de wijk. En stuurde de overheid de ruimtelijke ordening. Nu bepalen globale platforms, fondsen en onzichtbare codes wie toegang krijgt tot voorzieningen. Ruimtelijke Ordening verandert in
een concurrentiestrijd: wie bestuurt de stad, wie mag erin wonen en wie wordt zachtjes naar de rand geduwd met een oplaadpunt bij de uitgang als troostprijs?
Het is verleidelijk om te glimlachen bij het zicht van zonnepanelen en elektrische fietsen. Het is als individu comfortabel denken: oplossing gevonden, klik op “accepteren” en klaar. Maar kijk goed: de zon die je huis verwarmt, is inmiddels gecertificeerd en gekapitaliseerd. Een warmtenet klinkt sympathiek, totdat het prijskaartje ineens het oude buurtcafé onbetaalbaar maakt. Technologie en kapitaal brengen snelheid, maar ook selectie. Efficiëntie is mooi, maar wie bepaalt de norm?
Gelukkig ontstaan er kleine, innemende vormen voorbij het individu. Buurtcoöperaties die zonnepanelen gezamenlijk kopen, collectieve warmtepompen zonder winstjagers, en bewoners die hun data niet als gratis toetje aanbieden. Niet met heroïsche manifesten, maar met slimme samenwerking: zonnepanelen op het buurthuis, winst terug in de wijk, en buren die weer elkaar kennen in plaats van alleen elkaars profielfoto.
Voor wie bouwen we deze brave, groene, soms ironisch comfortabele toekomst?
Dus wat doen we? Laten we de stad veranderen door algoritmen en Airbnb?profielen te volgen, of pakken we het anders aan? Willen we dat de stad een product wordt dat je koopt op abonnement, of een gemeenschappelijk huis dat je samen bewoont?
Zet de wifi eens uit, loop naar die koffiebar — niet voor de latte, maar om te kijken wie er écht zit. Vraag hardop: voor wie bouwen we deze brave, groene, soms ironisch comfortabele toekomst? En vergeet niet: een levende stad is rommelig, luidruchtig en af en
toe onhandig — precies de ingrediënten die geld nooit helemaal kan begrijpen.


