
Bijna tien jaar geleden was het Stijn Smeulders zelf die als Statenlid in Noord-Brabant een motie indiende om gemeenten actief bij te staan in stedelijke gebiedsontwikkeling. Het was de periode waarin de nasleep van de crisis op de woningmarkt nog voelbaar was. Ook winkelgebieden kregen het steeds moeilijker, onder meer door online verkoop.
‘Leegstand is funest voor stadscentra’, zegt Smeulders, inmiddels gedeputeerde voor onder meer stedelijke ontwikkeling, mobiliteit, werklocaties en het provinciale ontwikkelbedrijf. Destijds was leegstand een opkomend probleem.
‘We kregen signalen dat gemeenten iets aan die leegstand wilden doen, maar het niet voor elkaar kregen. We zijn toen naast de gemeenten gaan staan, om dat probleem samen op te pakken.’
We zijn toen naast de gemeenten gaan staan, om leegstand samen op te pakken.
Dat was opvallend, omdat provincies geen wettelijke taak hebben op het gebied van stedelijke ontwikkeling. ‘De verantwoordelijkheden van provincies liggen vooral in het landelijk gebied. Toch zijn we de samenwerking met verschillende gemeenten gaan verkennen en hebben we daarin concrete stappen genomen.’
Het Brabantse programma Stedelijke Gebiedsontwikkeling startte in 2018. In het bestuursakkoord van Provinciale Staten van Noord-Brabant uit 2023 is de samenwerking langjarig verankerd. Het gaat om twaalf grote en middelgrote steden in de provincie.
Dat betekende dat de samenwerking zich niet meer alleen op de transformatie van winkelgebieden zou richten. ‘We hebben het programma breder ingestoken. Want in de loop der tijd zijn de maatschappelijke opgaven veranderd en verbreed.'
'Vanwege de enorme woningbouwopgave hebben we wonen aan het programma toegevoegd. Hetzelfde geldt voor nieuwe opgaven als groen en blauw, waarmee de focus sterker op integrale gebiedsontwikkeling kwam te liggen’, zegt Smeulders.
Gemeenten geven richting
De opgave mag dan verbreed zijn, het uitgangspunt om naast de gemeenten te gaan staan, staat nog overeind. Dat maakt Smeulders duidelijk als hij ingaat op de manier waarop de provincie samenwerkt met gemeenten. ‘Als we in gesprek gaan met een gemeente over samenwerking, dan zeg ik altijd tegen de wethouder: “Luister, het is jullie stad, jullie geven als gemeente richting.”’
‘Daarnaast hebben wij als provincie natuurlijk ook onze eigen beleidskaders, maar in de praktijk schuurt dat tot nu toe niet. We willen allemaal meer woningen realiseren en gebieden zo ontwikkelen dat daar ook ruimte is voor klimaatadaptatie en voorzieningen. In Brabant zijn alle steden waar we mee samenwerken in dit programma toekomstbestendig bezig.’
We willen allemaal meer woningen realiseren en gebieden zo ontwikkelen dat daar ook ruimte is voor klimaatadaptatie en voorzieningen
Bij voorkeur is de provincie betrokken vanaf het moment dat een opgave zich aandient, in een gelijkwaardig partnerschap met de gemeente. Dat betekent dat een projectteam wordt geformeerd met ambtenaren van de gemeente en de provincie.
‘En dat er een stuurgroep is waar de wethouder en ik zitting in nemen. Daar komen we dan met elkaar tot een plan. Daarbij leggen we ook de verantwoordelijkheden en de scope van de gebiedsontwikkeling vast', zegt de gedeputeerde.
‘In die voorbereidingsperiode zetten we onze ambtelijke capaciteit in. Daarnaast besluiten we ook over procesgeld, zodat we adviesbureaus kunnen betrekken. Dat financieren we vaak 50-50 met de gemeenten.’
‘Die betrokkenheid van de provincie is ontzettend belangrijk, want dat geeft marktpartijen vertrouwen. Dat zijn aspecten die uiteindelijk ook meehelpen om projecten van de grond te krijgen.’
Meedenken, meewerken, meefinancieren
‘Als we richting uitvoering gaan, dan hebben we als provincie een breed instrumentarium beschikbaar. Ook in die fase kunnen we procesondersteuning bieden en ambtenaren inzetten in projecten.’
‘We verwerven gebieden samen met de gemeente in kwestie, en dragen samen risico voor de ontwikkeling. We draaien samen met gemeenten grondexploitaties.’ Daar zijn meerdere voorbeelden van, zoals in Uden, Eindhoven en Breda.
‘We beschikken als provincie over een vastgoed- en ontwikkelbedrijf dat leningen kan verstrekken. Daaruit hebben we gemeente Waalwijk een lening van 15 miljoen euro gegeven. Tegen een rente van 1 procent per jaar.’ Daardoor is de gemeente in de gelegenheid om tegen gunstige voorwaarden vastgoed aan te kopen en gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.
‘Daarnaast hebben we een immunisatieportefeuille. Dat is een bancaire faciliteit die is bedoeld voor maatschappelijk rendement. Die is ontstaan uit de verkoop van energiebedrijf Essent.’
Omdat de corporatie de hoge rente niet kon opbrengen, springen wij bij.
‘Een woningcorporatie in Waalwijk geven we vanuit die faciliteit een lening. Omdat de corporatie de hoge rente niet kon opbrengen, springen wij bij. Daardoor kan de bouw van betaalbare woningen toch doorgaan. Op deze manier kunnen we doorbraken creëren.’
‘We hebben onze inzet voor het programma Stedelijke Gebiedsontwikkeling tot en met 2031 gefinancierd, over de bestuursperiodes heen. Jaarlijks wordt 6 miljoen euro gespaard voor het programma. In deze bestuursperiode hebben we 70 miljoen euro beschikbaar.’
Bewegen tussen gemeente en Rijk
Woningbouwproductie is primair de verantwoordelijkheid van het Rijk. Zit de provincie Noord-Brabant hier op de stoel van het Rijk? Smeulders ziet het als volgt: ‘Wij zijn met ons programma in 2017 gestart, het Rijk met zijn woningbouwsubsidies pas een jaar of vijf geleden.’
Hoewel het Rijk tegenwoordig, bijvoorbeeld in de NOVEX-gebieden, weer direct aan tafel zit en nadrukkelijker mee-ontwikkelt, ligt de nadruk volgens Smeulders toch vooral op het toekennen van generieke subsidiemiddelen.
‘Als provincie brengen wij aan de voorkant samen projecten tot stand. Het Rijk helpt door daar vervolgens aan de achterkant subsidiemiddelen toe te kennen. Zodat de realisatie daadwerkelijk mogelijk wordt.’
‘Als wij op dezelfde manier zouden bijdragen zoals het Rijk, namelijk als pinautomaat achteraf, dan komen veel projecten niet tot stand. Wij ontwikkelen langjarig aan de voorkant mee, om samen te kijken hoe we gebiedsontwikkelingen van de grond kunnen krijgen.’
Meer investeringsruimte nodig
Hoewel de aanpak van de provincie in meerdere projecten het verschil maakt, blijft er een knelpunt. Smeulders geeft aan dat de financiële middelen die hij als verantwoordelijk gedeputeerde ter beschikking heeft, niet langer toereikend zijn.
‘We kunnen een stevig programma runnen, maar de omvang van de gebiedsontwikkelingen in Brabant is in de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. In de woondeals gaat het om duizenden woningen.’
‘Kijk naar de gebiedsontwikkeling ’t Zoet in Breda. Daar hebben we met de gemeente een locatie aangekocht en proberen we gezamenlijk te ontwikkelen. Alleen is de opgave zo groot, dat we de grex niet sluitend krijgen. En dat ondanks alle rijksmiddelen.’
Bij 't Zoet is de opgave zo groot, dat we de grex niet sluitend krijgen. En dat ondanks alle rijksmiddelen.
‘We willen daar 50-50 risicodragend deelnemen met de gemeente, omdat we het samen gekocht hebben. Maar het is de vraag hoe we dat voor elkaar krijgen.’
’t Zoet is niet de enige grote gebiedsontwikkeling waarbij de provincie nauw betrokken is. ‘In Helmond gaan we waarschijnlijk een groot fabrieksterrein kopen naast het station. In Tilburg geldt hetzelfde voor een voormalig bedrijfsterrein bij station Tilburg Universiteit.’
‘Daar willen we met de gemeente herontwikkelen. Dat zijn mooie gebiedsontwikkelingen, maar het vergt veel van de gemeenten, en ook van ons.’
Meebewegen met maatschappelijke opgaven
De opgave is volgens Smeulders niet alleen groot, deze is ook verbreed. ‘We begonnen negen jaar geleden met winkelgebieden en dat is verbreed naar wonen, groen en blauw.’ Nu zijn er twee andere opgaven die volgens de gedeputeerde meer aandacht vragen: energie en werk.
‘Energie wordt steeds belangrijker, want netcongestie is heel ingewikkeld en dreigt hele gebieden op slot te zetten. Dat vraagt toenemende aandacht in de komende jaren, om überhaupt woningen te kunnen bouwen.’
‘Smart homes, warmtetoepassingen, we zullen echt moeten innoveren, want we gaan geen nieuwe gasaansluitingen aanleggen en elektra is niet beschikbaar. Daarom moeten wij het provinciale programma energie nog meer aanhaken. Met groen en blauw hebben we dat al gedaan.’
Verder is werk een belangrijk thema. ‘Wij willen gemêleerde gebieden creëren. Waar niet alleen plaats is voor wonen, maar ook voor werken. Alleen komt dat in een grondexploitatie niet goed uit. Daar kunnen wij als provincie onze rol pakken.’
Gezien de opgedane ervaringen is er volgens Smeulders voldoende reden om het programma voort te zetten. ‘Volgend jaar na de Statenverkiezingen is het moment om daar een besluit over te nemen. En om dan ook de financiering met vier jaar, tot 2035, te verlengen.'
'Als het even kan, met meer middelen, vanwege de grote maatschappelijke opgaven waarvoor we met elkaar staan.’


