Haven, klimaat, natuur én toerisme: Harlingen combineert het

Koppelkansen aan de Waddenzee

Omgevingsplan Gebiedsontwikkeling Infrastructuur en mobiliteit

Noorderhavendam in Harlingen. Foto: Stadszaken
Auteur Marko Faas

04 mei 2026 om 11:00, Leestijd ca. 9 minuten


Harlingen kan niet richting de Waddenzee uitbreiden, maar moet wel vooruit. Binnen de grenzen van Natura 2000 en Unesco Werelderfgoed zoeken de gemeente Harlingen, provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân naar oplossingen voor een veiligere havenmond, verouderde sluizen, toeristische druk, verzilting en vismigratie. Het Integraal Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief brengt die opgaven samen in één plan voor de kustzone. ‘De stad is ingeklemd, maar staat niet stil.’

Noorderhavendam in Harlingen. Foto: Stadszaken

We hebben niet alleen gekeken naar wat nú moet gebeuren, maar ook naar waar we in 2050 willen staan. We hebben hiervoor zelfs naar 2150 gekeken’, schrijft Matthijs de Vries, gedeputeerde van de provincie Fryslân, ook namens het waterschap en de gemeente, in het voorwoord van het Integraal Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief (IRO)

‘Alleen zo konden we de opgaven integraal oppakken’, zegt Niels de Bruijn, projectleider Gebiedsontwikkeling Harlingen bij de provincie. Rond Harlingen ligt een havensysteem met industrie, visserij, een veerdienst, een grote bruine vloot en een cruiseterminal. 

Bovendien biedt de haven via het Van Harinxmakanaal toegang tot het watersysteem van Friesland en Groningen. ‘Dat levert direct een probleem op, want er is een flessenhals ontstaan.’ 

Ook de veiligheid en bereikbaarheid van de haven staan onder druk, op land én op water. Want hoe krijg je alle toeristen naar de veerboten?

Voor de ecologie is het vervolgens belangrijk dat vissen van de Waddenzee het kanaal in kunnen zwemmen. Voor de boeren in de omgeving speelt dan weer verzilting. Rondom Harlingen worden pootaardappelen geteeld die wereldwijd van belang zijn voor de voedselvoorziening. Het zoute water moet daarvoor uit het achterland worden geweerd.

Vier kernpunten

Om die stapeling van opgaven hanteerbaar te maken, brengen de drie overheden de kustzone terug tot vier samenhangende lijnen. Dat zijn zoet en zout in balans, robuuste vismigratie, havens van de toekomst en het Waddenfront. 

‘Het IRO laat zien hoe grote investeringen, zoals versterking van de kustverdediging en aanpassing van de Tsjerk Hiddessluizen, kunnen uitgroeien tot vliegwielen voor bredere kwaliteit: betere verbindingen tussen stad en Wad, een robuust zoetzoutsysteem, duurzame economische ontwikkeling, versterking van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met als doel uiteindelijk brede en duurzame welvaart te bereiken’, geeft De Vries aan.

Het IRO laat zien hoe grote investeringen, zoals versterking van de kustverdediging en aanpassing van de Tsjerk Hiddessluizen, kunnen uitgroeien tot vliegwielen voor bredere kwaliteit.

Die werkwijze sluit aan bij de beleidslijn “water en bodem sturend” en bij de Water as Leverage-aanpak. Dit overheidsinitiatief uit 2018 ziet water niet enkel als risico, maar ook als hefboom voor ruimtelijke kwaliteit, natuur en economie. Om die beleidslijn voor Harlingen te vertalen, werden met hulp van Sweco en LAMA Landscape Architects drie ontwerpateliers georganiseerd. 

Daarbij waren naast gemeente, waterschap en de provincie ook andere partijen betrokken, weet De Bruijn. ‘Bij de uitwerking schoven onder meer het havenbedrijf Port of Harlingen, Rijkswaterstaat Noord-Nederland en vertegenwoordigers van landbouw en natuur aan. Zo ontstond een gedeeld beeld van wat dit beleid voor Harlingen betekent.’ Het plan is ook twee keer voorgelegd aan de inwoners.

Havens en waterveiligheid

Een belangrijke opgave ligt bij de Noorderhavendam. Een deel daarvan voldoet niet aan internationale normen voor nautische veiligheid, terwijl de dam ook de stad moet beschermen. ‘Er moet sowieso iets gaan gebeuren’, benadrukt Jorn Dijkstra van het waterschap.

‘Daarom wordt onderzocht of de havendamversterking gecombineerd kan worden met het verbeteren van de nautische veiligheid door een gedeeltelijke verlegging van de dam.’

Dijkstra ziet ook andere kansen voor een verlegde dam. ‘Het is nu asfalt en basalt. Kunnen we de ecologische waarden niet vergroten door de dam anders aan te leggen? Of dat juridisch mogelijk is, moet zorgvuldig worden onderzocht. Mede omdat het gebied onder Natura 2000 valt en ook doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water gelden’, zegt hij. 

‘Zonder verplaatsing van de dam blijft de ruimte te beperkt en moeten grotere schepen voor de industriehaven onder begeleiding van sleepboten de haven in en uit.’ Dan wordt het gebruik van de haven kostbaar en inefficiënt. Deze haven is ten slotte naast de aanlegplaats voor de veerboten ook de toegangspoort tot de industriehaven en Friese en Groningse wateren.

Ook de zichtlijnen met masten horen daarbij. Hoe houden we dat vast?

Aan de zuidkant ligt een vergelijkbare koppelkans. Door de Zuiderpier te verlengen en de Willemshaven te vergroten, ontstaat ruimte voor havenontwikkeling, meer verblijfskwaliteit en een sterkere verbinding tussen stad en Wad. ‘Ruimtelijke kwaliteit, binnenhavens en tij maken het effect van de Waddenzee beleefbaar en voelbaar. 


De masten van de vissersboten in de Zuiderhaven geven Harlingen zijn karakteristieke aanblik. Foto: Stadszaken

Ook de zichtlijnen met masten horen daarbij. Hoe houden we dat vast, ondanks het versterken en mogelijk verhogen van de dam?’, vraagt de gemeentelijke projectleider Sjoerd Brandsma zich af.

Sluizen, vis en verzilting

Met alleen de aanpak van de havendammen is Harlingen er niet: ook bij de Tsjerk Hiddessluizen komen meerdere systeemvragen samen. ’De sluis nadert het einde van zijn levensduur, de provincie wil een grotere vaarklasse faciliteren en er is veel zoetwater nodig om verzilting tegen te gaan, terwijl brak water juist cruciaal is voor belangrijke vissoorten’, zegt De Bruijn.

De sluizen vormen nu een knelpunt voor trekvissen tussen de zoute Waddenzee en de zoete Friese boezem, het stelsel van meren, kanalen en vaarten en de daaraan gekoppelde polders. Terwijl via dezelfde sluizen te veel zout water het Van Harinxmakanaal binnendringt. Al is dit niet de enige verziltingsbron, weet De Bruijn.

De inzet is dus om migratieroutes te verbeteren, de overgang tussen zoet en zout beter te organiseren en tegelijk de zoutindringing te beperken of in ieder geval te beheersen.

Daarom koppelt het IRO de toekomstige aanpak van de sluizen aan het kernpunt van robuuste vismigratie. De inzet is om migratieroutes te verbeteren, de overgang tussen zoet en zout beter te organiseren en tegelijk de zoutindringing te beperken of in ieder geval te beheersen. 

Het IRO kiest nadrukkelijk voor ‘zoet zolang het kan’. Eerst moet het huidige zoete systeem zo lang mogelijk overeind blijven, met aandacht voor bodemvitaliteit, regenwater en waterzekerheid. Pas op langere termijn blijft er ruimte open voor andere scenario’s.

Geïnteresseerd in ruimte voor economie? Meld je aan voor het webinar:
Bouwen aan werklocaties van morgen op de plekken van vandaag

‘Dat was misschien wel het meest opvallende moment in het proces’, zegt De Bruijn over de totstandkoming van het IRO. ‘We hebben in de glazen bol gekeken om te bepalen welke maatregelen we nu zouden moeten nemen. Dat leidde tot toekomstverbeeldingen die we goed moesten uitleggen. Vertegenwoordigers van zowel landbouw als natuur hingen na publicatie direct aan de lijn.’ 

Vanuit beide belangen was dit spannend: de huidige landbouwpraktijk en verzilting gaan niet samen en het natuurgebied ten zuiden van Harlingen is juist recent versterkt en gericht op onder andere weidevogels. ‘Nadat we de functie van het vooruitkijken hadden uitgelegd, zijn we er goed uitgekomen’, zegt De Bruijn.

We hebben in de glazen bol gekeken om te bepalen welke maatregelen we nu zouden moeten nemen.

De Waddenvereniging heeft volgens De Bruijn werkbare voorwaarden neergelegd. Voor landbouwers kan het baggeren van de haven kansen bieden, omdat het vrijkomende slib kan worden gebruikt voor bodemverbetering en het ophogen van landbouwgrond. Tegelijkertijd kan datzelfde slib ook nodig zijn om de Waddenzee te laten meegroeien met de zeespiegelstijging. 

De Waddenzee moet immers ook in de toekomst twee keer per etmaal kunnen droogvallen om haar ecologische functie te behouden. Overheden zoeken daarom naar een balans tussen ecologie en landbouw, zegt De Bruijn.

Toerisme en Waddenfront

De Tsjerk Hiddessluizen zijn ook om een andere reden cruciaal. Jaarlijks reizen 700.000 tot 800.000 mensen, met hun voertuigen, via Harlingen naar Terschelling en Vlieland. Zelfs in het laagseizoen gaat het al om zo’n 8000 auto’s. Hoe organiseer je de pendelbus die Waddenbezoekers vanaf de parkeerplaats steeds over de sluizen naar de veerboten moet rijden? 

De parkeerplaatsen voor de toeristen
Hoe organiseer je parkeerplaatsen voor duizenden bezoekers die over de sluizen naar de veerboten gaan? Foto: Stadszaken

Daar komt de vraag bij waar in het hoogseizoen, of tijdens Oerol, extra auto’s kunnen worden geparkeerd, met de extra bezoekersstromen richting de veerboten. Ook deze opgaven worden integraal meegenomen.

Nadat bezoekers de schutsluizen uit 1951 zijn overgestoken, komt de vierde lijn uit het IRO in zicht: het Waddenfront. Voor de gemeente draait de toeristische opgave om de complete Waddenervaring vanaf aankomst, route en liefst ook een bezoek aan Harlingen zelf. 

Het Waddenfront moet daarom een aantrekkelijkere wandelroute worden met veel groen en de overgang van parkeerterrein en terminal naar stad en Wad verbeteren. 

Dat brengt, naast de oversteek over de sluizen, nieuwe uitdagingen mee, zegt Minne Schiphof van de gemeente. Wind en zout maken vergroening lastig, maar niet onmogelijk. ‘In het nieuwe park gaan we laten zien dat heel veel wel kan op deze plek’, zegt hij. 

Hoe organiseer je de pendelbus die Waddenbezoekers vanaf de parkeerplaats steeds over de sluizen naar de veerboten moet rijden?

Daarbij hoort functionele ruimte, bijvoorbeeld voor kiss-and-ride, of in zijn woorden: ‘tút en derút’. Daarnaast komt er een route voor kinderen, als onderdeel van de beoogde Waddenbeleving, die al moet beginnen in Harlingen.

Daarvoor is wel geld nodig. De gemeente, het waterschap en de provincie hopen op een substantiële bijdrage via het Investeringskader Waddengebied (IKW), het gezamenlijke investeringsprogramma van de drie Waddenprovincies. 

Via dit programma worden subsidies verstrekt, onder meer uit het Waddenfonds, voor projecten waarin economie, ecologie en leefbaarheid samenkomen. Voor een definitieve beoordeling is verdere uitwerking van de plannen nodig. 

Deze aanpak is een werkwijze waar wij enthousiast van worden.

‘Vanuit de inhoud zien wij al wel voldoende kansen en mogelijkheden’, zegt programmamanager Bert Wijnsma van het IKW. ‘De aanpak, waarbij vanuit een langetermijnperspectief wordt gekeken naar wat er op kortere termijn moet gebeuren, is een werkwijze waar wij enthousiast van worden’, zegt hij. 

‘Wij richten ons op robuuste programma’s die rekening houden met de opwarming van de aarde en de zeespiegelstijging, maar ook met de voedseltransitie en circulariteit. En die de omgeving actief betrekken bij de uitvoering.’

Voor Harlingen is dat de kern. De stad kan niet verder de Waddenzee in, maar moet wel vooruit en zich voorbereiden op de toekomst. Daarmee is het IRO vooral een bestuurlijke test: kunnen gemeente, provincie en waterschap investeringen in haven, sluizen, natuur en openbare ruimte werkelijk aan elkaar koppelen? 

Juist in Harlingen, waar de ruimte schaars en de druk groot is, moet die integrale aanpak zich nu bewijzen. Of zoals gedeputeerde De Vries al schreef in het voorwoord van het IRO: ‘De opgaven zijn groot, de toekomst onzeker, en de weg ernaartoe vraagt om aanpassingsvermogen en samenwerking.’

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord