
‘De geluidregelgeving voorziet erin dat de bestaande geluidruimte kan worden verkleind als er, zoals nu, sprake is van succesvol bronbeleid. Daarom verlaag ik op een groot aantal plekken geluidproductieplafonds langs het spoor’, aldus Bertram in een Kamerbrief.
Bij nieuwe woningbouwplannen moet rekening worden gehouden met het geluid dat binnen de bestaande plafonds mogelijk is. Nu die plafonds omlaaggaan, kan dat gevolgen hebben voor de afstand tot het spoor en voor de maatregelen die ontwikkelaars moeten treffen.
De verlaging is volgens de staatssecretaris het resultaat van eerder bronbeleid. ‘Op veel spoortrajecten is in de afgelopen jaren juist sprake geweest van een afname van het geluid', schrijft zij op basis van een evaluatie uit 2024. Daarbij wijst zij op stiller treinmaterieel en aanpassingen aan de infrastructuur.
Woningtekort verkleinen
De maatregel past volgens het kabinet binnen de inzet om de bouwopgave te vereenvoudigen. De verlaging ‘draagt bij aan het voornemen van het kabinet om projectontwikkelaars, aannemers en opdrachtgevers zoals corporaties ruim baan te geven om het woningtekort te verkleinen', schrijft Bertram.
Aan het besluit ging een evaluatie vooraf. In 2024 bleek dat langs een aanzienlijk deel van het hoofdspoornet aanpassing mogelijk was. In oktober 2025 volgde een ontwerpbesluit. Zienswijzen hebben volgens de Kamerbrief deels geleid tot wijziging van het definitieve besluit.
Het kabinet benadrukt dat de vrijgekomen geluidruimte niet volledig naar woningbouw gaat. Volgens Bertram is eerder vastgelegd dat als geluidruimte ontstaat door stillere treinen, ‘ten minste een deel van deze ruimte bedoeld is voor vervoersontwikkelingen’.
Daarom is gerekend met hoge toekomstscenario’s voor het spoorvervoer. Volgens de staatssecretaris is met het besluit ‘een evenwicht gevonden tussen zowel de belangen van spoorvervoerders als die van gemeenten en ontwikkelaars’.
Commissie-STOER
De verlaging is ook opgenomen in de actieagenda STOER, gericht op vereenvoudiging van de woningbouwopgave. ‘Met de plafondverlaging wordt ruimte gemaakt voor meer woningbouw, blijven noodzakelijke ontwikkelingen op het spoor mogelijk en blijft de gezondheid van omwonenden beschermd', schrijft Bertram.
De adviesgroep STOER vond dat een discussie over de uitwerking van afspraken over spoorgeluid uit 2020 te lang voortduurde. Dat leidde volgens de groep tot onzekerheid, minder woningen en hogere kosten. Aanpassing van de regels voor geluidproductieplafonds verlaagt de bouwkosten en geeft gemeenten en bouwpartijen meer duidelijkheid, stelde de commissie.
Daarnaast adviseerde de commissie om af te zien van de voorgenomen aanscherping van de standaardwaarde voor railverkeer van 55 naar 52 decibel.
In de Kamerbrief staat niets over andere zones, zoals trilling, die ook effect hebben op woningbouw. Daarover zijn nieuwe regels in de Omgevingswet opgenomen.


