Sneeuwkettingen zijn een mooi voorbeeld van een crisisvoorziening. Onder normale omstandigheden gebruik je ze niet, maar als het erop aankomt, heb je ze ook écht nodig. Hetzelfde geldt voor IC-bedden, dijken en het noodpakket thuis: investeringen voor uitzonderlijke situaties. Het zijn over het algemeen goed uitlegbare keuzes, omdat we ons het ‘hadden-we-maar’-scenario goed kunnen voorstellen als we ze níét op orde hebben.
Ingewikkelder zijn de minder ‘zwart-witte’ maatregelen die in meer situaties waarde leveren, maar ook minder zichtbaar zijn: de ‘winterbanden’. In onze leefomgeving gaat het dan vooral om maatregelen die de weerbaarheid tegen extremen vergroten en langjarig bijdragen aan een toekomstbestendige, duurzame en leefbare omgeving. Denk aan extra groen voor biodiversiteit en tegen hittestress, of ruimte voor water om droogte te beperken en waterveiligheid te vergroten. Maatregelen waar je altijd blij mee bent, in uitzonderlijke én normale omstandigheden.
Toch blijken juist dit soort maatregelen lastiger uitlegbaar. Omdat er geen duidelijke ‘aan-uitknop’ is, is de afweging van de maatregel geen keuze tussen ‘ramp’ of ‘succes’, zoals dat bij bijvoorbeeld dijken wel het geval is. Een straat raakt niet oververhit met een boompje minder. Het verbreden van sloten en greppels is niet genoeg voor de ‘Limburgbui’. Die hectare extra bos zorgt er niet opeens voor dat het hele N2000-gebied opleeft. Het gaat in alle gevallen om een positieve bijdrage, maar géén 100% garantie.
Daar wringt het. Want welke parkeerplaats offeren we op voor die boom? Waar is die nieuwe natuur zó essentieel dat het echt niet elders kan? Als bij een nieuwbouwwijk wordt gekozen tussen 500 woningen, of 450 woningen met een klimaatadaptief en groen ontwerp, welke wethouder durft dan uit te leggen dat die vijvers en bomen echt opwegen tegen vijftig woningen?
Juist daar ligt onze opgave: het verhaal beter vertellen, scherper maken wat deze ‘zachte’ maatregelen opleveren, en laten zien dat ze niet alleen waarde hebben in het rampscenario, maar juist elke dag. Ik verwacht dat we over vijftig jaar vooral opgelucht zijn over elke extra boom, waterberging, stukjes natuur en ruimtelijke kwaliteit dat we tóch hebben meegenomen in de ruimtelijke ordening van vandaag.
Wat mij betreft laten we in onze ruimtelijke ontwikkeling dus te vaak onze winterbanden thuis, terwijl de aandacht gaat naar sneeuwkettingen. Kortetermijnbelangen en sexy crisismaatregelen winnen het van maatregelen die op de lange termijn (meer) renderen. Omdat de ‘spijt’ van het niet nemen ervan minder zichtbaar is, ontbreekt vaak de urgentie. Dat vraagt dus een krachtig en begrijpelijk verhaal dat de échte urgentie en waarde duidt, zodat we goed voorbereid op reis kunnen gaan.


