Er is onderzoek gedaan en er liggen concrete plannen om de sociale veiligheid te verbeteren. Opmerkelijke conclusie uit het onderzoek: betere verlichting is niet per se méér licht. ‘In een helverlichte onderdoorgang toont de omgeving zich als een beangstigend donker gat. Het gaat erom de aansluiting op die omgeving te verbeteren’. Overgangsgebieden, daar gaat het vaker mis in de openbare ruimte.
In het ontwerp van De Bijlmer werd oorspronkelijk gekozen voor een scheiding tussen het autoverkeer en de voetgangers en fietsers. De autowegen kwamen op verhoogde taluds, het maaiveld werd een parkachtige verblijfsruimte waar bewoners en bezoekers zich veilig konden bewegen. Het betekende wel dat er veel onderdoorgangen waren in het nieuwe stadsdeel. Beter licht, maar ook kiosken en paviljoentjes bij metrostations en tunneltjes moeten de veiligheid en leefbaarheid daar nu verhogen.
Toch zijn er niet alleen in de Bijlmer, maar in het hele land veel enge tunneltjes, duistere laantjes en verlaten dijkjes. Vaak gaat het om grensgebieden, niemandslanden tussen snelwegen en het lokale stratenplan, strookjes tussen de toegangen tot trein- en metrostations, plekken waar het zwerfvuil blijft rondcirkelen tussen overheden en nutsbedrijven en deze instanties onderling. En niet alleen het zwerfvuil blijft hier rondcirkelen, ook de verantwoordelijkheid voor de sociale veiligheid wordt er niet genomen.
Dat een integraal plan voor de inrichting van de publieke ruimte dit soort problemen niet altijd voorkomt, bewijst De Bijlmer. Wel goed als overheden en nutsbedrijven hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte nemen en preventief kwetsbare grensgebieden in kaart brengen en actie ondernemen waar dat nodig is.


