
Die fysieke structuur heeft het gebied gevormd. Gemeenschappen ontwikkelden zich langs dijken en rivierarmen, met een eigen identiteit. Ook religie tekende het landschap: van oudsher kent Rivierenland een sterke protestantse traditie in de Betuwe, terwijl het gebied rond de Maas van oudsher meer katholiek gekleurd is. Die scheidslijnen lopen dwars door de regio en geven elke gemeenschap een eigen identiteit en een eigen blik naar buiten. Die blik wordt mede bepaald door de dichtstbijzijnde stad: Maasdriel kijkt naar 's-Hertogenbosch, Culemborg naar Utrecht, West Betuwe naar Veenendaal, andere gemeenten naar Arnhem of Nijmegen. Een dominante centrumgemeente ontbreekt. Alle gemeenten zijn relatief klein en bestuurlijk gelijkwaardig.
‘De naam zegt het al: we zijn Rivierenland’, zegt Inge van Heck, programmamanager Ruimte namens FruitDelta Rivierenland. ‘We liggen in de delta. De rivieren lopen van oost naar west, dwars door ons heen. Daardoor hadden we van oudsher weinig vaste oeververbindingen. Het waren eigenlijk allemaal eilandjes.’
Toch schuiven de acht gemeenten in de regio de afgelopen jaren merkbaar naar elkaar toe. Niet omdat verschillen in politieke kleur of oriëntatie op de stad zijn verdwenen, maar omdat grote ruimtelijke opgaven daarom vragen. Waterveiligheid, woningbouw, mobiliteit, energie en landbouw leggen een gezamenlijke verantwoordelijkheid bloot die niet bij de gemeentegrens ophoudt en vraagt om goede samenwerking.
Samenwerken
‘Als je kijkt naar de ambities die we in onze regio hebben, of zelfs in de hele provincie, dan heb je twee keer de oppervlakte van de provincie Gelderland nodig om die te realiseren’, zegt wethouder Nees van Wolfswinkel van Neder-Betuwe. ‘Dat gaat niet. Dus daar waar we windmolens willen plaatsen, kunnen we geen huizen bouwen. En waar uitbreiding van het elektriciteitsnet komt, kun je ook geen huizen bouwen. We zullen veel meer met elkaar moeten samenwerken.’
Ik denk dat het portefeuille-houdersoverleg Ruimte nog belangrijker wordt. Het is het fundament onder alle andere PFO’s en overleggen in de regio
Die noodzaak krijgt bestuurlijk vorm in het portefeuillehoudersoverleg Ruimte, de PFO Ruimte. ‘Ik denk dat het de komende periode nog belangrijker wordt. Het is het fundament onder alle andere PFO’s en overleggen in de regio. Alles wat we doen raakt uiteindelijk aan ruimte’, zegt Van Wolfswinkel. Dat die samenwerking er nu staat, was geen automatisme. ‘In het begin was het: hoe voorkom je dat de buurman je verrast?’, zegt Michiel Alexander de Raaf, wethouder van Maasdriel en voorzitter van de PFO Ruimte. ‘Dat is in de laatste twee jaar helemaal omgeslagen naar: hoe kunnen we samen schouder aan schouder opgaven regionaal aanpakken?’ De Raaf ziet daarin juist de kracht van de regio. ‘Je kunt het zien als een nadeel dat we met zijn achten zijn en allemaal even klein. Aan de andere kant zorgt dat voor enorme gelijkwaardigheid. Daardoor kun je echt samenwerken.’ Dat gaat ondanks de verschillen heel erg goed, zegt De Raaf.
Doelen concreet maken
Volgens hem helpt het om regionale doelen concreet te maken. ‘Als je zegt: wij moeten een groen-blauw raamwerk maken, dan weet ik nu al dat er collega’s zijn die zeggen: we moeten helemaal niets. Maar als je laat zien dat hier soorten voorkomen zoals de purperreiger of de koereiger, die in Nederland zeldzaam zijn maar hier hun habitat vinden, dan spreek je een regionale trots aan.’ Door te vertrekken vanuit wat het gebied bijzonder maakt, verschuift het gesprek van abstract beleid naar gedeeld belang.
Van Heck ziet hoe de inhoud de samenwerking verder verdiept. Water en bodem vormen daarbij het vertrekpunt. ‘Dit is het vruchtbare hart van Nederland’, zegt ze. ‘In de beleving van veel mensen is Rivierenland nat, maar we hebben ook te maken met droogte. Onze land- en tuinbouwsector is afhankelijk van voldoende en kwalitatief goed water.’
Klimaatverandering vergroot die spanning. Hogere rivierafvoeren en langere droge periodes maken duidelijk dat water en bodem geen randvoorwaarde zijn, maar uitgangspunt. ‘Als je een impuls kunt geven aan woningbouw en infrastructuur, dan is dat alleen mogelijk als je weet waar je kunt bouwen en wat toekomstbestendig is’, zegt De Raaf. ‘Dan kom je uit bij water en bodem.’

De Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel. Mobiliteit en bereikbaarheid helpen de regio samen op te trekken. Foto: Joop Hoek / iStock.com
‘Wij bouwen niet alleen vanwege de brede welvaart of omdat het meer lokale heffingen oplevert’, zegt De Raaf. ‘Wij bouwen omdat er een enorme woningbehoefte is. De regionale woningbehoefte in Rivierenland is zo’n 20 procent van de huidige woningvoorraad.’
Maar bouwen kan niet overal. Dat komt niet alleen door de sturende werking van water en bodem. Dorpen zitten ook klem tussen uiterwaarden, dijken, agrarische gronden en in sommige gevallen spuitzones rond fruit- en laanboomteelt. ‘Als je tegen dat soort landschappelijke beperkingen aanloopt, moet je regionaal kijken wat mogelijk is’, zegt De Raaf. ‘Op andere plekken kan woningbouw misschien beter. Dan pak je zo’n woningbouwopgave samen op.’
Als je tegen landschappelijke beperkingen aanloopt, moet je regionaal kijken wat mogelijk is
Mobiliteit en infrastructuur maken die afwegingen scherper. De uitbreiding van een internationaal bedrijventerrein tussen Tiel en Neder-Betuwe bijvoorbeeld, heeft gevolgen voor de verkeersintensiteit op de A15. ‘Als je 15.000 woningen wilt toevoegen, moet je ook iets doen aan je infrastructuur’, zegt Van Wolfswinkel. ‘We hebben richting het Rijk en de provincie gepleit voor de verbreding van de brug die Rivierenland met de Vallei verbindt. Daar ligt geld voor klaar, maar door de stikstofdiscussie komt het nog niet tot uitvoering.’
Ook bij de discussies over verbreding van de A2 – wat overigens is gepauzeerd – bleek regionale samenwerking noodzakelijk. ‘Culemborg, West Betuwe, Maasdriel, Zaltbommel en de regio hebben daar goed samengewerkt om een breed mobiliteitspakket met een aantal maatregelen om de ergste nood te verzachten voor elkaar te krijgen.’
Ruimteclaims botsen
Dat de PFO Ruimte ‘nog belangrijker’ wordt, zit volgens Van Wolfswinkel precies hierin: ruimteclaims botsen steeds vaker en harder. Regionale arrangementen laten zien hoe groot die botsing is en dwingen tot integrale keuzes.
Die keuzes vragen niet alleen bestuurlijke afstemming, maar ook democratische borging. Regionale besluiten landen in acht afzonderlijke gemeenteraden.
‘Bijvoorbeeld bij de bouw van een nieuw elektriciteitsstation, dat speelt in mijn gemeente, moet je zorgen dat je als regiogemeenten dezelfde brieven naar je raden stuurt', aldus Van Wolfswinkel. 'Dat vraagt afstemming. Anders krijg je verschillende discussies over één en hetzelfde regionale besluit.’ Raadsleden moeten, net als bestuurders, leren om over de regiogrenzen heen te kijken.
Ook richting ketenpartners wordt de samenwerking verbreed. ‘De provincie is er altijd bij en is belangrijk. Ook het waterschap en de netbeheerder horen erbij. Met de Nederlandse Fruittelersorganisatie (NFO) en de Landelijke Tuinbouworganisatie (LTO) spreken we twee keer per jaar', zegt Van Wolfswinkel. 'Tegelijkertijd moet je opletten dat je niet iedereen structureel aan tafel zet, want dan wordt het onwerkbaar.'
Ontwikkelperspectief
Die verdiepte samenwerking leidt in de regio tot een gezamenlijke langjarige visie, mede omdat Rijk en provincie daarom vragen. Het hebben van een gezamenlijke visie geeft positie en erkenning. 'We zijn bezig met een ontwikkelperspectief om te kijken welke richting we op willen’, zegt Van Heck. ‘We weten dat we omgeven zijn door metropolen die verder groeien. Het Rijk zet daar vanuit de Nota Ruimte op in. Maar wij zien de druk op Rivierenland daardoor toenemen. Daarom laten we als regio nadrukkelijk van ons horen: Rivierenland heeft niet alleen ruimte te bieden, maar ook eigen kwaliteiten en ambities die erkenning verdienen.’
Bij die ruimtevraag hoort ook een groen-blauwe agenda. ‘We hebben een visie op het groen-blauw raamwerk en zijn daar nu mee aan de slag’, zegt Van Heck. ‘We stellen een gebiedsregisseur groenblauw raamwerk aan en werken aan een signaleringskaart water en bodem sturend.’
Op gebiedsniveau krijgt dat inmiddels handen en voeten. ‘We zijn gestart met een oriëntatiefase voor een proces voor het gebied Tiel-West – Geldermalsen-Oost, zegt Van Heck. ‘Dat is een interessant gebied, omdat opgaven op het vlak van woningbouw, infrastructuur, waterkwantiteit en -kwaliteit, en de toekomst van onder meer de fruit-en laanboomteelt samenkomen. Dan gaat het over de vraag hoe je zo’n gebied ontwikkelt. Dat kun je niet per gemeente oplossen Dat vraagt opnieuw om samenwerking over de gemeentegrenzen heen met alle medeoverheden.’
We weten dat we omgeven zijn door metropolen die verder groeien. Het Rijk zet daar vanuit de Nota Ruimte op in. Maar wij zien de druk op Rivierenland daardoor toenemen
Ook economisch worden ruimtelijke keuzes gemaakt. ‘Natuurlijk is logistiek hier groot en heeft recreatie en toerisme nog meer potentie’, zegt Van Heck. ‘Maar: we willen economische activiteiten die bijdragen aan de regionale welvaart.’
De Raaf vult aan: ‘Grote logistiek die alleen infrastructuur volgt, willen wij liever niet als dat niet bijdraagt aan werkgelegenheid die ons helpt om de druk op de leefbaarheid het hoofd te bieden. Dat is het spanningsveld waar we het gesprek over voeren.’ Met het regionale programma werklocaties wordt die koers verder geconcretiseerd.
Een laatste, maar wezenlijk element is de financiering. Ook daarvoor is de samenwerking cruciaal. Via de Regio Deal FruitDelta Rivierenland wordt met steun van het Rijk inmiddels ruim 45 miljoen euro geïnvesteerd in wonen, economie en leefomgeving.
Langzaam maar zeker ontstaat zo een steviger netwerk van gemeenten die elkaar weten te vinden. Over de dijken heen. Niet omdat het moet, maar omdat de ruimte daarom vraagt. De eilandjes van weleer worden zo een archipel met gedeelde ambities.

