Actualisatie omgevingsbeleid: minder windmolens, strakker bouwen en water leidend

Zuid-Holland trekt de teugels aan

Omgevingswetgeving

Klassieke en moderne windenergie. Foto: BrasilNut1 / iStock.com
Auteur Marcel Bayer

30 maart 2026 om 15:11, Leestijd ca. 6 minuten


Met de herziening van het omgevingsbeleid probeert Zuid-Holland een bijna onmogelijke puzzel te leggen. Meer woningen, meer natuur, meer duurzame energie – en dat alles in een provincie waar de ruimte al tot op de meter is verdeeld. De gekozen koers is helder: concentreren, beschermen en sturen. Minder windlocaties, strakker bouwen en water en bodem als ondergrens. De provincie neemt steviger de regie – tot ongemak van gemeenten.

Klassieke en moderne windenergie. Foto: BrasilNut1 / iStock.com

Door de stapeling van opgaven – woningbouw, energietransitie, landbouw, natuur en klimaatadaptatie – staat de ruimte in Zuid-Holland onder ongekende druk. Met de Herziening Omgevingsbeleid 2025 (Herziening 2025) actualiseert Zuid-Holland de omgevingsvisie, de omgevingsverordening en het omgevingsprogramma, zoals dat de bedoeling is met de beleidscyclus van de Omgevingswet.

In de herziening van het omgevingsbeleid kiest de provincie nadrukkelijker positie. Minder vrijblijvend, meer sturend. ‘De hoofdlijnen worden breed gedragen,’ stelt de provincie in haar toelichting. ‘Maar bij de uitwerking in regels zien we spanning ontstaan over de mate waarin gemeenten nog zelf kunnen afwegen.’ Die spanning loopt als een rode draad door drie dossiers: windenergie, water en bodem, en woningbouw.
 

Windenergie: van veelbelovend naar omstreden

Nergens werd de spanning zo zichtbaar als bij windenergie. Van de 825 zienswijzen gingen er 632 over windturbines. Met name bewoners roerden zich massaal, vaak met identieke bezwaren: aantasting van het landschap, zorgen over gezondheid en impact op natuur.

De provincie heeft daarop ingegrepen. Het aantal primaire zoekgebieden voor windenergie wordt teruggebracht van negen naar drie. De overige locaties verdwijnen niet, maar krijgen de status van reservegebied.

Volgens de provincie is dat een bewuste pas op de plaats. Eerst moet blijken of met minder locaties de regionale energiedoelen gehaald kunnen worden. ‘De provincie wil samen met de regio bezien of een gereduceerd aantal zoekgebieden het doelbereik kan bewerkstelligen.’

De overgebleven primaire zoekgebieden zijn:

  • Kaag en Braassem – Polder Vierambacht
  • Zoeterwoude en Alphen aan den Rijn – N11/Polder Groenendijk
  • Alphen aan den Rijn en Bodegraven – N11/Polder Steekt en Binnenpolder

In beide regio’s wordt gewerkt aan een plan om meer zonne-energie lokaal op te wekken, waardoor er minder windmolens nodig zijn. Op verzoek van Midden-Holland is een strook langs de A12 toegevoegd aan een zoekgebied voor windmolens.

Zuid-Holland kiest nu voor concentratie en politieke rust, al is die waarschijnlijk tijdelijk

Het is een opmerkelijke koerswijziging. Waar eerder werd ingezet op spreiding, kiest Zuid-Holland nu voor concentratie – en daarmee ook voor politieke rust, al is die waarschijnlijk tijdelijk.

Opvallend is dat tegelijkertijd de regels voor kleine windturbines juist worden versoepeld. Gemeenten mogen voortaan zelf besluiten over molens tot 30 meter hoog, waar dat eerst 15 meter was. Een typisch voorbeeld van wat de provincie zelf ‘gedifferentieerde sturing’ noemt: strak waar het moet, losser waar het kan.
 

Water en bodem: van principe naar harde randvoorwaarde

Minstens zo fundamenteel is de doorwerking van het principe ‘water en bodem sturend’. Waar dat eerder vooral een beleidsuitgangspunt was, krijgt het nu juridische en praktische tanden.

Voor grotere bouwprojecten (>1.000 m²) geldt voortaan dat zij moeten bijdragen aan een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Die verplichting wordt vastgelegd in de omgevingsverordening. Hoe dat precies moet, staat niet in de regels zelf, maar in het omgevingsprogramma – een bewuste keuze om flexibiliteit te behouden.

Grotere bouwprojecten moeten bijdragen aan een klimaatrobuust water- en bodemsysteem

Daarnaast introduceert de provincie een signaleringskaart voor klimaatrisico’s, die richting moet geven aan waar nog gebouwd kan worden – en waar niet.

In veenweidegebieden trekt de provincie een harde lijn: verdere peilverlaging is in principe niet meer toegestaan. Daarmee wordt een duidelijke koppeling gelegd tussen ruimtelijke ordening en klimaatdoelen, met name CO?-reductie.

De Commissie m.e.r. is positief over de richting, maar plaatst ook kanttekeningen. Zo zou op onderdelen, waaronder windenergie en ruimtelijke ontwikkeling, nog betere milieu-informatie nodig zijn om keuzes goed te onderbouwen.

Het groenblauwe netwerk wordt beter beschermd door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de instandhouding en waar mogelijk verbetering van de ecologische, recreatieve en landschappelijke waarden. Verder komt er meer ruimte voor weidevogels. In de omgevingsverordening worden kansrijke weidevogelgebieden toegevoegd. Deze moeten beschermd worden om verdere achteruitgang van weidevogelpopulaties te voorkomen en herstel te bevorderen.

Primaire en secundaire zoekgebieden zoals in het ontwerp Herziening, 2025. In het huidige Statenvoorstel zijn nu alleen 2, 4 en 5 primaire zoekgebieden.

 

Woningbouw: versnellen binnen strakkere grenzen

De woningbouwopgave blijft onverminderd groot, maar de manier waarop die moet worden gerealiseerd verandert. De provincie kiest voor meer regie én meer verdichting. De stevige bescherming van de onbebouwde omgeving is de grootste wijziging in het Omgevingsbeleid. Grootschalige uitbreidingen buiten bestaand bebouwd gebied worden in principe uitgesloten. Wel wordt er op verzoek van vooral kleinere gemeenten ruimte geboden voor beperkte groei wanneer gemeenten of dorpskernen willen vitaliseren. Denk aan een extra straatje en bedrijfje erbij. Daarbij wordt wel een minimale bebouwingsdichtheid van 33 woningen per hectare opgenomen in de regels, om zorgvuldig en efficiënt met de beschikbare ruimte om te gaan. Alleen in uitzonderlijke gevallen mogen gemeenten daarvan afwijken – en dan alleen met een stevige onderbouwing.

Een andere belangrijke toevoeging in het nieuwe beleid is het uitgangspunt van brede welvaart. Dat betekent aandacht voor de kwaliteit van leven, nu en in de toekomst.

Aandacht voor de kwaliteit van leven, nu en in de toekomst

Tegelijkertijd wordt het buitengebied beter beschermd via het nieuwe ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’. Stedelijke uitbreiding wordt daar in principe geweerd, tenzij het gaat om prioritaire opgaven of uitzonderingen zoals grote bouwlocaties of kleinschalige uitbreidingen.
 

Meer regie, maar niet zonder frictie

Juist die uitzonderingen zorgen voor discussie. Gemeenten noemen de regels voor bijvoorbeeld ‘straatje erbij’ te strikt en vrezen dat het beleid onvoldoende rekening houdt met lokale omstandigheden, vooral in kleinere kernen.

De provincie heeft daarop enkele aanpassingen gedaan. Zo zijn de regels op onderdelen versoepeld en is de begrenzing van beschermde gebieden bijgesteld. Maar de hoofdlijn blijft overeind: bouwen moet vooral binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvinden, en efficiënter.

Opvallend is ook dat de provincie de rem op overprogrammering loslaat. Waar eerder een maximum van 130 procent plancapaciteit gold, mogen regio’s daar nu overheen gaan. De focus verschuift van plannen maken naar plannen realiseren.

‘Er wordt nadrukkelijk ingezet op het realiseren van bestaande woningbouwplannen met maximale maatschappelijke waarde,’ aldus de provincie.

Meer provinciale regie in een overvolle ruimte

De herziening van het omgevingsbeleid laat een duidelijke trend zien: Zuid-Holland kiest voor meer provinciale regie in een overvolle ruimte. Tegelijkertijd probeert de provincie die regie te verzachten met uitzonderingen, maatwerk en overlegtafels zoals de BO-RO’s. Toch blijft het schuren. Gemeenten vragen om ruimte voor eigen afwegingen, zeker waar het gaat om lokale woningbouw en landschappelijke inpassing van energieprojecten. De provincie erkent dat spanningsveld expliciet: ‘De afwegingsruimte van gemeenten wordt niet meer dan nodig ingeperkt.’ Gedeputeerde Arno Bonte, verantwoordelijk voor de coördinatie van het omgevingsbeleid, wijst erop dat het stedelijk gebied in Zuid-Holland de afgelopen 50 jaar is verdubbeld en het landelijk gebied gehalveerd. ‘Die ontwikkeling roepen we nu een halt toe. We gaan het groene tussengebied beter beschermen in het belang van de leefbaarheid in de steden en dorpen. Niet alles kan meer. We geven de voorrang aan kwaliteit boven kwantiteit.’ Aldus Bonte.

De komende maanden buigen Provinciale Staten zich over de herziening van het omgevingsbeleid. Begin juni is de vaststelling gepland.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord