Voor Nederland is hierbij één van de belangrijke uitdagingen hoe we, ondanks de netcongestie, de nagestreefde 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar zo veel mogelijk kunnen halen. Lokale energy supply chains (keten van bron tot gebruik) met lokale opwek, opslag en slimme sturing zijn een belangrijk instrument om het net te ontlasten.
Van centrale naar lokale energiemodellen
Voor de liberalisering van de energiemarkt begin deze eeuw bestond er één geïntegreerd nutsbedrijf met productie, transport en levering in een publieke keten. Die keten is nu opgesplitst: publieke netbeheerders (TenneT, regionale beheerders) verzorgen het fysieke transport, terwijl private leveranciers soms zelf stroom opwekken en/of stroom inkopen en verkopen. Het resultaat is prijsconcurrentie, verschillende groenestroom-producten, lokale energiecoöperaties, stuurbare energievraag en nieuwe lokale supply chains.
Van kleinschalig naar opschaalbaar
In kleinschalige buurten als Olst (23 aardehuizen) en Tiny Wedert (13 woningen) draaien deze lokale supply chains om lokale opwek, opslag en afname, met het grote net als noodvoorziening. Deze proeftuinen zijn kwetsbaar door afhankelijkheid van een kleine groep actieve bewoners en bijzondere afspraken, maar leveren waardevolle lessen voor opschaling naar meer woningen.
Hoe dat kan, laat Leidsche Rijn New Roots (220 woningen) zien, waar de supply chain is ontworpen vanuit de wijk zelf. Zonnestroom gaat eerst naar de iwell Mega Cube buurtbatterij, vervolgens naar warmtepompen, liften en laadpalen, en pas daarna naar het net van Stedin. De druk op het net is hierdoor kleiner en bewoners profiteren automatisch, zonder extra producten af te nemen. De grootste investeringen liggen bij professionele partijen (exploitanten, ontwikkelaars en banken) en niet bij individuele bewoners.
Naar een zelfstandig verdienmodel
Dit model biedt nieuwe energiebedrijven een kans: lokale opslag en energiemanagement worden een zelfstandig verdienmodel, waarmee spelers als iwell een nieuwe rol pakken naast klassieke leveranciers en netbeheerders. Dit iwell-model is mogelijk gemaakt door Invest-NL (juridisch een private onderneming, mede gefinancierd met publieke middelen) en Meridiam (beheert private fondsen).
De druk op het net is kleiner en bewoners profiteren automatisch
In het ontwerp Utrecht Merwede vormt een lokale energiehub de kern van de supply chain. Zonnepanelen en aquathermie uit het Merwedekanaal leveren stroom en extra warmte aan de bodem. Warmtepompen en WKO (warmte-koude opslag) zetten die om in bruikbare warmte en koeling. Batterijen en opslagsystemen vangen pieken op. Slimme software stuurt grote verbruikers en bewaakt dat het totale vermogen binnen het groepscontract bij Stedin blijft.
Een aparte gebiedspartij organiseert hier de energiehub en sluit namens ontwikkelaars het groepstransportcontract, terwijl Essent Infrastructure Solutions (EIS) via een concessie de collectieve WKO (de grootste van Nederland) en TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) exploiteert. Bewoners kiezen vervolgens zelf hun stroomleverancier en betalen daarnaast een warmterekening.
Onder de nieuwe Warmtewet hebben gemeenten de regie: zij wijzen warmtekavels en warmtebedrijven aan (minimaal voor de helft publiek eigendom) en tarieven worden ‘kosten gebaseerd’ gereguleerd.
Risico’s en kansen voor de toekomst
De projecten dragen ook risico’s met zich mee. Buurtbatterijen zijn nog relatief nieuw, vragen veel kapitaal en ruimte, en verdienen zich alleen goed terug als prijsprikkels, saldering en netvergoedingen gunstig uitpakken. Ook leunen bewoners in Leidsche Rijn New Roots op één private exploitant.
Buurtbatterijen verdienen zich alleen goed terug als prijsprikkels, saldering en netvergoedingen gunstig uitpakken
Bij Merwede verbindt de energiehub het warmtenet, WKO/TEO, batterijen en laadpleinen in één groepscontract, wat langdurige samenwerking en heldere afspraken over kosten en baten tussen gemeente, ontwikkelaars, netbeheerder, warmte-exploitant en softwarepartij vraagt. Daarbovenop komen technische en ecologische risico’s rond WKO en TEO en het feit dat bewoners en eigenaars van voorzieningen decennialang afhankelijk zijn van de warmtevoorziening en de ontwikkeling van tarieven en prestaties.
Toch illustreren deze innovatieve lokale supply chains hoe we de netcongestie kunnen ontlasten. Een criterium bij het prioriteren van nieuwe woon-/werkwijken zou daarom ook moeten zijn waar, en op korte termijn, lokale supply chains kunnen worden gerealiseerd.


