Premature aankondiging van de datum van inwerkingtreding van wetten

Omgevingswetgeving
Auteur Henk Gierveld

16 maart 2026 om 11:00, Leestijd ca. 5 minuten

Bewindspersonen vinden het soms nodig om al in een vroegtijdig stadium de datum van inwerkingtreding van een wet te communiceren. Dat gebeurde al bij de Omgevingswet en nu ook weer bij de Wet versterking regie volkshuisvesting. Het getuigt van onvoldoende kennis van de duur van het wetgevingsproces. Het schept verwachtingen, waarvan de regering ook wel weet dat die niet waargemaakt kunnen worden. Toch blijft de behoefte bestaan.

Omgevingswet (2024 in plaats van 2013)

Al in een brief van 28 juni 2011 berichtte de Minister van Infrastructuur en Milieu dat het voorstel voor de Omgevingswet in het voorjaar van 2012 bij de Tweede Kamer zou worden ingediend en dat zij voornemens was om de nieuwe wet in 2013 in werking te laten treden. Bij brief van 23 oktober 2013 schreef de minister dat zij ernaar streefde om de Omgevingswet in 2016 in het Staatsblad te hebben staan zodat de wet in 2018 in werking kon treden.

De Omgevingswet stond inderdaad in 2016 in het Staatsblad, maar vele hoofdstukken waren nog niet ingevuld en op publicatie van invoeringswet en aanvullingswetten was nog geen zicht.

Kennelijk blijft er behoefte om al voor de conceptie de geboortedag van de zuigeling aan te kondigen

2018 werd nog een aantal jaar vastgehouden totdat de minister in een debat met de EK in mei 2017 aangaf nog eens goed naar de planning van de inwerkingtreding te willen kijken. Een maand later kwam er uitsluitsel en werden er drie jaren bijgeplust: 1 januari 2021.

Op 1 april 2020 schreef de minister dat ook die datum niet gehaald kon worden: er kwam weer een jaartje bij. Om een te lang verhaal van uitstel op uitstel kort te houden: 1 januari 2024 was het zover, toen werden de blokken weggehaald en liep het gevaarte van de Omgevingswet van stapel.   

Het blijft lastig al voor de conceptie de geboortedag van de zuigeling aan te kondigen, moet je ook niet willen. Voor elk uitstel waren goede redenen, wel vervelend dat de minister elke keer weer moest uitleggen waarom de planning niet deugde terwijl je liever wil vertellen met wat voor een mooi project je bezig bent.

Wet versterking regie volkshuisvesting (2027 in plaats van 2024)

Lessons learned? Welnee.

Op 16 februari 2023 werd het voorstel voor de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) door minister De Jonge in consultatie gebracht. In de memorie van toelichting (MvT) werd als beoogde datum van inwerkingtreding 1 januari 2024 genoemd. Een jaar later – 6 maart 2024 – werd het voorstel van wet met MvT door hem de Tweede Kamer toegezonden. Wel was men vergeten om in de MvT de datum van inwerkingtreding aan te passen.

Daarna was het een tijdje stil, waarschijnlijk omdat de ambtenaren druk bezig waren met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Na aandringen van de griffier van de vaste commissie voor VRO stuurde minister Keijzer op 13 februari 2025 een al aangekondigde nota van wijziging. De minister maakte van de gelegenheid gebruik om aan te dringen op een spoedige behandeling van het wetsvoorstel en noemt daarbij de gewenste datum van 1 juli 2025 als datum van inwerkingtreding.

Maar op die dag werd slechts gestemd over moties en amendementen en twee dagen later werd het wetsvoorstel aangenomen.

In haar brief van 11 juli schreef de vaste Eerste Kamercommissie IenW/VRO de minister dat zij graag wilde dat de Afdeling advisering van de Raad van State (AARvS) advies of voorlichting zou verstrekken vanwege de zorg over de rechtmatigheid en uitvoerbaarheid van een drietal amendementen.

Bij brief van 26 augustus hield de minister de boot nog af, twee weken later kwam de minister daarop terug en kondigde zij aan dat een novelle in procedure zou worden gebracht. Eerst op 12 januari van dit jaar stuurde zij de novelle toe aan de Tweede Kamer en nog net voor het einde van haar ambtsperiode gevolgd door de nota naar aanleiding van het verslag over de novelle.

De datum van inwerkingtreding - 1 juli 2026 – is niet haalbaar

De Tweede Kamer is voornemens om op 16 maart over de novelle te stemmen. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, is het aan de Eerste Kamer om zich daarover te buigen en tegelijkertijd verder te gaan met de plenaire behandeling van het voorstel Wvrv.

Ook in de nota naar aanleiding van het verslag gaat het over de datum van inwerkingtreding, het streven is nu gericht op 1 juli 2026. Is die datum haalbaar? Nee.

Aanwijzing 4.17, vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving – een circulaire van de minister-president geschreven voor bewindspersonen en wetgevingsjuristen – staat dat de termijn tussen de publicatiedatum van een wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling en het tijdstip van inwerkingtreding minimaal drie maanden bedraagt als een regeling direct relevant is voor medeoverheden.

Dat is het geval. Dat betekent dat Wvrv, novelle en Besluit versterking regie volkshuisvesting (Bvrv) vóór 1 april 2026 in het Staatsblad moeten staan, willen de regelingen per 1 juli 2026 in werking kunnen treden.

Van de nieuwe minister mag toch wat meer rechtstatelijk handelen worden verwacht

Als u weet dat het voorstel Wvrv en de novelle nog niet inhoudelijk in behandeling zijn genomen door de Eerste Kamer, dat de voorhang van het ontwerp-Bvrv nog niet is afgerond en dat de Afdeling advisering van de Raad van State nog om advies moet worden gevraagd over het ontwerp-Bvrv, dan moge duidelijk zijn dat inwerkingtreding niet eerder dan 1 januari 2027 kan geschieden.

Minister Keijzer was ongetwijfeld bereid om door te drukken, maar van de nieuwe minister verwacht ik toch een wat meer rechtstatelijk handelen. Zij zal ongetwijfeld bereid zijn om:

  • de Eerste Kamer wel tijd te geven voor een serieuze behandeling van het wetsvoorstel en de novelle;
  • de AARvS niet op te jagen en af te zien van het verzoeken van een spoedadvies over het Bvrv, en
  • om als de AARvS komt met een (door mij verwacht) negatief dictum tijd te nemen om het Bvrv gewijzigd vast te stellen.

Het is verder ook de vraag hoe de plannen van het nieuwe kabinet om de woningnood aan te pakken zich verhouden met een wet die alleen maar gemeenten gaat verplichten om ten koste van het maken van ruimtelijke plannen, volkshuisvestingsprogramma’s te gaan schrijven. De wet heeft niet tot gevolg dat er 100.000 woningen per jaar zullen verrijzen, maar gaat vooral zorgen voor een enorme overbelasting van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als – dat staat nu nog in het ontwerp Bvrv – vergunningen voor de bouw van een of meer woningen rechtstreeks op het toch al te volle bordje van de hoogste algemene bestuursrechter worden geschoven.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord