
‘De Suikerzijde wordt een nieuw stadsdeel in Groningen. We willen meer dan alleen huizen uit de grond stampen’, zegt Rik van Niejenhuis, wethouder ruimtelijke ordening en wonen. ‘We willen een samenleving voor de toekomst maken.’
‘Iedere wijk krijgt na een jaar of tien, vijftien te maken met sociale problematiek’, vult Jan Kleine aan. Hij is directeur van De Suikerzijde BV en ontwikkelt namens de gemeente en met corporaties Nijestee en Patrimonium, en ontwikkelaar Dura Vermeer, het eerste deel van het grote gebied ten westen van de bebouwde kom van Groningen. ‘Wij willen die problemen vóór zijn. We gaan het daarom anders doen.’
Suikerfabriek
Kleine laat op een kaart zien hoe groot De Suikerzijde is en welke fases er in het gebied te onderscheiden zijn.Dat zijn er grofweg vier. ‘Er is veel onduidelijkheid bij de buitenwacht over het gebied. Er wordt nogal eens gedacht dat het alleen gaat over het terrein waar de voormalige Suikerfabriek stond.’
‘Het terrein waar de fabriek was gevestigd, hebben we tot en met 2030 een tijdelijke culturele bestemming gegeven. Dat is een enorm succes met zo’n 500.000 bezoekers per jaar en we denken erover om de culturele betekenis daar te houden. Op welke manier dat precies moet, weten we nog niet, maar het is duidelijk dat dit gebied aan een behoefte voldoet.’
Het voormalige fabrieksterrein is echter maar een klein deel van het totale projectgebied. Zo is er een stuk vervallen meubelboulevard dat geherstructureerd moet worden, zijn er de enorme vloeivelden, die bij de Suikerfabriek hoorden, maar nu een apart onderdeel vormen in de transformatie van het gebied. En er is, ten slotte, een groot stuk greenfield dat op ontwikkeling wacht. In totaal moeten er in de komende 25 jaar zo’n 5.500 woningen verrijzen.
Nieuw stuk stad
Tijdens het gesprek, waarbij ook Sarah Schütte, projectleider maatschappelijke voorzieningen voor de Suikerzijde aanwezig is, is in de verte het geluid van heipalen te horen die in de grond geslagen worden. ‘De bouw is gestart, we hopen de eerste woningen rond de jaarwisseling 2026/2027 op te leveren’, zegt Kleine.
Woningen bouwen, de urgentie om te voldoen aan de grote vraag naar een passend en betaalbaar dak boven het hoofd, is hoog. Zeker ook in Groningen, dat steevast donkerrood kleurt op de hittekaart van BPD, vergelijkbaar met grote delen van de Randstad.
Maar Groningen heeft met exposities, stadsgesprekken en een stadsbouwmeester ook een traditie hoog te houden als het gaat om de kwaliteit van de gebouwde omgeving. En die ambitie krijgt in De Suikerzijde een nieuwe dimensie. ‘Het moet een stuk stad worden, niet alleen een woongebied’, zegt Van Niejenhuis.
Het moet een stuk stad worden, niet alleen een woongebied
‘We willen vanaf het begin een sterke sociale omgeving mogelijk maken en dat niet pas doen op het moment dat leefbaarheidsproblemen zich voordoen. Dat kun je voor een deel in de fysieke ruimte organiseren, door woningen voor verschillende doelgroepen te mengen per blok en bijvoorbeeld ontmoetingsplekken te creëren, in de openbare ruimte en binnen blokken.’
Kleine: ‘Dat hebben we denk ik ook met supervisor Jeroen de Willigen van De Zwarte Hond, goed belegd. Maar daarmee ben je er nog niet.’
Best mogelijke leefomgeving
De blokken in de eerste fase krijgen groene binnenhoven waar bewoners elkaar gemakkelijk tegenkomen. Kleine en Schütte willen ook een ‘buurthost’ of ‘conciërge’ – ze zijn het nog niet eens over de beste term – een plek geven. ‘Waar bewoners naartoe kunnen als ze vragen hebben, die een oogje in het zeil houdt, en initiatieven uit de buurt kan verbinden,’ zegt Schütte. En er moeten uiteraard scholen komen, horeca, een buurtkamer, zorginstanties. ‘We hebben uitgebreid onderzoek gedaan in bestaande buurten. Waar hebben mensen behoefte aan om een buurt goed te laten functioneren? En daarbij hebben we ook gebruikgemaakt van de kennis van experts uit zowel het sociale als het fysieke domein’.
Kleine: ‘We willen als gemeente dat deze stadswijk vanaf de start goed functioneert. Doe je dat pas later, dan moet je heel veel moeite doen om voorzieningen in te passen. Wij willen eigenlijk de best mogelijke leefomgeving creëren. Waar mensen niet eenzaam hoeven zijn, waar ze de reuring op kunnen zoeken, maar ook rust kunnen vinden en zorg als dat nodig is’.
Impressie van de binnentuin aan De Suikerzijde. Beeld: Dura Vermeer
‘En’, zo voegt Kleine toe, ‘niet alleen verbinding maken met gelijkgestemden of het ontmoeten van ‘anderen’ is van belang voor een goede sociale cohesie, ook ‘linking’ is belangrijk. Dat staat voor het contact met instanties, met de overheid, zorginstellingen, de woningcorporatie en onderwijs. Dat is waarom wij bijvoorbeeld graag een ‘buurthost’ willen aanstellen’. Hij baseert zich daarbij op het werk van Rafael Wittek, hoogleraar sociologie aan de RUG, die de ontwikkelingen binnen Suikerzijde mede gaat monitoren en evalueren.
Nieuw soort businesscase
Ambities genoeg, om direct ook aan de ‘sociale kant’ van de wijk te werken. Er is alleen één – groot - probleem, zegt Kleine: ‘de gemeente voert de grondexploitatie, maar daaruit kunnen we de voorzieningen die we in het gebied willen hebben, niet financieren.’ Daarom onderzoekt de gemeente een nieuwe weg om de gewenste voorzieningen toch georganiseerd te krijgen.
Wethouder Van Niejenhuis: ‘Voor scholen en buurthuizen lukt het vaak nog wel om financiering te vinden, maar voor extra groen of buurtcoaches wordt dat vaak al veel lastiger. Bewegen, elkaar ontmoeten, een groene omgeving. We weten op basis van wetenschappelijk onderzoek zeker dat dat tot een betere fysieke en mentale gezondheid leidt.’
‘We moeten naar een andersoortige businesscase toe’, maakt Kleine duidelijk. Hij doelt daarmee op het idee dat veel meer naar de langere termijn gekeken moet worden én dat van de partijen die ‘profiteren’ van investeringen die nu gedaan worden, ook een redelijke bijdrage gevraagd mag worden.
We weten dat als mensen op hogere leeftijd twee jaar langer zelfstandig thuis blijven wonen, dat dit zorgverzekeraars en daarmee onze samenleving heel veel geld scheelt
Schütte geeft een voorbeeld: ‘We weten dat als mensen op hogere leeftijd twee jaar langer zelfstandig thuis blijven wonen, dat dit zorgverzekeraars en daarmee onze samenleving heel veel geld scheelt. Als we de juiste voorwaarden scheppen om dat mogelijk te maken, dan is het niet onredelijk om nu een bijdrage te vragen van zo’n partij. Daarover zijn we bijvoorbeeld in gesprek met zorgverzekeraar Menzis.’
Nog dit jaar hopen Kleine en Schütte groen licht te krijgen om een gebiedsfonds op te richten waar de voorzieningen in de buurt uit bekostigd moeten worden. ‘We denken aan bijdragen van de gemeente zelf, we zijn in gesprek met verschillende ministeries, Menzis en ook de woningcorporaties Nijestee en Patrimonium en diverse jeugd- en zorginstellingen. Daarnaast denken we aan pensioenfondsen, banken als mogelijke partijen die een bijdrage kunnen leveren’, zegt Schütte.
Hoe dat precies vorm moet krijgen en welke financiële bijdrage van partijen gevraagd wordt, is nog onderwerp van overleg en vraagt nog het nodige denkwerk. ‘Alle partijen waar we nu mee praten, zijn positief. We willen in ieder geval een vorm vinden waarin de baathouders betrokken zijn en meedenken tijdens het proces over wat nodig en wenselijk is in de wijk. Het is een zoektocht’, zegt Kleine. Tijdens de rit zouden nieuwe partijen ook moeten kunnen instappen.
Commitment van de partijen
Van Niejenhuis: ‘We hopen voor het volgende kalenderjaar een vorm voor een gebiedsfonds gevonden te hebben. Dat betekent commitment van de partijen die mee willen doen, en het betekent ook dat wij als gemeente samen met andere betrokken overheden echt ontschotten en geldstromen samen kunnen brengen. Dit ten behoeve van de leefkwaliteit van de toekomstige bewoners.’
Als het lukt heeft de gemeente Groningen de primeur en is De Suikerzijde de eerste gebiedsontwikkeling waarin baathouders financieel bijdragen. ‘Maar eigenlijk zijn we al begonnen’, zegt Kleine. Voor de voorzieningen – ‘meteen een horecalocatie mogelijk maken, een buurtkamer realiseren en een ruimte waarvan we nu nog niet weten wat de functie wordt’ – in de eerste blokken financieren de gemeente, de corporaties en ontwikkelaar Dura Vermeer mee.
‘Het is heel mooi dat dat gelukt is, maar uiteindelijk is het te ad hoc, het voelt als collecteren. Daarom willen we een nieuwe systematiek onder de ontwikkeling van Suikerzijde leggen. En waarom ook niet? Tien miljoen voor een nieuwe brug wordt zo op tafel gelegd. We zijn het niet gewend, maar wij denken dat we dat ook voor sociale investeringen veel vaker moeten doen. Niet alleen door de overheid, maar samen met partijen die baat hebben bij een goed werkende samenleving.’
