
De overstromingen in Zuid-Limburg in 2021 vormden de directe aanleiding voor het project, maar ook de droogteperiodes die de afgelopen jaren met steeds meer regelmaat voorkomen. ‘Het wordt warmer, droger, natter, en de verzilting neemt toe’, aldus Sabine Pronk. Ze is programmamanager Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en legt uit: ‘Met dit project willen we verkennen wat klimaatstress betekent voor verschillende teelten en regio’s.’ LVVN vroeg WUR daarom een analyse te maken, die nu is ontsloten via de interactieve storymap met begeleidend rapport.
‘Met dit project verkennen we wat klimaatstress betekent voor teelten en regio’s’
Pronk benadrukt dat de storymap niet op zichzelf staat, maar stevig verankerd is binnen het Actieprogramma Klimaatadaptatie Landbouw. Het ministerie ondersteunt via het actieprogramma de agrarische sector in maatregelen rond bodembeheer, waterberging en ontwikkeling van adaptieve rassen en teeltsystemen.


Twee kaarten tonen het verschil in landgebruik door de tijd heen: boven de kaart met historisch grondgebruik (1900), onder het landgebruik in 2000. Bron: HGN WEnR, LGN
Modulematige opbouw
Projectleider vanuit de WEnR Rogier Vogelij, licht de functie en opbouw van de storymap toe: ‘We hebben in Nederland enorm veel relevante kennis en data, maar door de veelheid daarvan en de technische kennis die je bijvoorbeeld nodig hebt om met GIS-data te werken is dit niet altijd even makkelijk toegankelijk voor niet-specialisten.’ Ook staan de kennis en data die in het ene vakgebied gemeengoed zijn bij anderen lang niet even goed op het netvlies, zegt hij.
‘Binnen Wageningen University & Research (WUR) hebben we veel van deze vakgebieden onder één dak, dus ik ben met specialisten op het gebied van landgebruik, klimaat, bodem en water van Environmental Research, en diverse landbouwkundigen van Plant, Livestock en Bioveterinary Research samen aan de slag gegaan om de kennis over de kwetsbaarheden van landbouw voor klimaatverandering bijeen te brengen.’
Met de storymap wordt informatie uit verschillende bronnen toegankelijker, aldus Vogelij. ‘Zo gebruiken we de gegevens van het KNMI en uit de Klimaateffectatlas over het weer en klimaat, en van Bodemdata.nl en de Basiskaart Natuurlijk Systeem Nederland (BKNSN) over morfologie, bodem en ondergrond, en van Deltares over water en verzilting.’
De storymap sluit aan bij WUR-onderzoek rond stresstesten voor boeren, factsheets voor bodembeheermaatregelen en land- en tuinbouwscenario’s voor 2050. ‘Hiermee bieden we verdiepende en tegelijk toegankelijker informatie op regionaal niveau, met praktische inzichten en narratieven tussen vaak abstract beleid en perceelanalyses.’ De storymap neemt de gebruiker in modules mee van klimaatverandering naar concrete impact op agrarische systemen. Ze laat zien hoe dat uitwerkt in zes onderscheiden landsdelen en naar regionale handelingsperspectieven.
De eerste module gaat over de trends van temperatuur, neerslag en verdroging. ‘We tonen bijvoorbeeld hoeveel tropische dagen een regio nu telt en hoeveel dat er naar verwachting in 2050 zijn’, legt Vogelij uit. ‘Dat loopt per regio sterk uiteen. In Eindhoven stijgt dat aantal met 12 dagen per jaar, tot 21 in 2025, terwijl dat in Middelburg stijgt van 2 naar 5 dagen in 2050.’
Voor droogte en vernatting zijn eveneens kaarten opgenomen, met een vergelijking tussen het huidige klimaat en het scenario voor 2050. Gebruikers kunnen via een schuifbalk eenvoudig schakelen tussen beide jaren. Vogelij: ‘Je ziet direct waar de zomers natter worden, of waar juist neerslagtekorten gaan ontstaan. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse leidt dat tot wateroverlast of juist tot droogte.’
Grondgebruik en kwetsbaarheden
In de module Ontstaansgeschiedenis worden die karakteristieken beschreven aan de hand van bodemtype, grondwaterstand, afwateringsstructuur en oppervlaktewateraanvoer. Hier is goed zichtbaar hoe het grondgebruik de afgelopen eeuwen is veranderd. Zo is parallel aan de afname van natuur- en bosgebieden de toename van landbouwareaal en verstedelijkt gebied respectievelijk met 2.800 en 3.100 km2 toegenomen.
‘De kernvraag is: hoe gevoelig is een landbouwsysteem en wat is het aanpassingsvermogen?’
De volgende module Kwetsbaarheden brengt scherp de onderliggende factoren in kaart: niet alleen de klimaatdreiging, maar hoe die zich vertaalt naar impact op landbouw. Vogelij daarover: ‘De kernvraag is: hoe gevoelig is een landbouwsysteem voor de klimaattrends, en wat is het aanpassingsvermogen? Die twee componenten vormen samen de kwetsbaarheid.’
Sinds de jaren vijftig hebben cultuurtechnische ingrepen zoals ruilverkaveling, drainage en het rechttrekken of dempen van beken, samen met technologische ontwikkelingen in kunstmest, gewasbescherming en veredeling, geleid tot een sterke productiviteitsverhoging in de landbouw. Waterschappen speelden hierin een centrale rol door het waterpeil te reguleren en daarmee zowel de landbouw te ondersteunen als de waterveiligheid te verbeteren. Tegelijk heeft die gecontroleerde waterhuishouding nadelen: versnelde afvoer verstoort de natuurlijke watercyclus, verarmt de biodiversiteit en vergroot de droogtegevoeligheid doordat grondwater zich minder kan aanvullen.
Bijvoorbeeld in zeekleigebieden bestond bijna 20 procent van het landoppervlak uit water. De omvorming van deze gebieden naar bouwland heeft de wateropslagcapaciteit verlaagd, wat wateroverlast waarschijnlijker maakt bij intensieve neerslagmomenten en de watervoorraad in geval van droogte verkleint. Vogelij: ‘We tonen hier met gegevens van Deltares waar het watersysteem tekortschiet bij piekbelasting. Maar ook waar water bij droogte moeilijk aan te voeren is. Niet alleen door schaarste, maar omdat het systeem daar fysiek niet op berekend is.’

Aanplant van lisdodde in polder Hegewarren, Friesland. Beeld: Jasper van Belle
Regionale uitwerking
De kwetsbaarheden als gevolg van klimaatverandering beperken zich niet tot wateroverlast bij hevige regenval en lage grondwaterspiegel door toenemende droogte. Ze zijn er meestal wel aan gerelateerd. In de storymap worden er nog negen onderscheiden, waaronder: hittestress voor dieren, planten en bodem; slechte bodemtoegankelijkheid door natte akkers; erosie; zout grond- of oppervlaktewater en niet te vergeten achteruitgang in functionele agrobiodiversiteit en hoge ziekte- en plaagdruk. Door veranderende temperaturen en neerslagpatronen verschuiven de leefgebieden van soorten. Dat kan leiden tot de afname van nuttige organismen als bestuivers en natuurlijke vijanden van bacteriën, met als gevolg een hogere plaagdruk, lagere opbrengsten en hogere behoefte aan chemische middelen in de landbouw en veeteelt.
De cases tonen hoe agrariërs en overheden samen adaptieve maatregelen verkennen
De verschillende klimaatkwetsbaarheden zijn uitgewerkt voor dertien deelgebieden verspreid over Hoog- en Laag Nederland. Voor deze gebieden zijn cases uitgewerkt die specifieke klimaatkwetsbaarheden illustreren, zoals Hegewarren in het Friese veenweidegebied, waterwingebied het Klooster op de zandgronden van de Achterhoek en het verziltingsgevoelige Schouwen-Duiveland. ‘Hier koppelen we harde data aan narratieven’, vertelt Vogelij. Die beschrijvingen van de specifieke kwetsbaarheden laten zien wat agrariërs, samen met drinkwaterbedrijven en andere stakeholders kunnen doen, ondersteund door overheden en wij als wetenschappers. ‘De cases tonen hoe agrariërs en overheden samen adaptieve maatregelen verkennen, van greppelinfiltratie tot bevloeiing en regelbare drainage’, aldus Vogelij. ‘De ene casus illustreert een wat meer technische aanpak, de andere een participatief proces om gezamenlijk toekomstscenario’s uit te werken. Er is een brede bandbreedte aan adaptatiestrategieën mogelijk, als je maar handelt vanuit begrip van het bodem- en watersysteem, op basis daarvan het goede schaalniveau kiest om maatregelen te nemen, en de lange termijn ontwikkelingen goed voor ogen houdt. Van daaruit kun je in beeld brengen welke innovaties per gebied het best passend zijn. In de storymap bieden we links naar een veelheid aan instrumenten die je daarvoor kunt gebruiken’
De narratieven maken het tastbaarder voor boeren en beleidsmakers, is zijn overtuiging, wat ‘helpt om het gesprek te voeren over wat op korte en lange termijn nodig is’.

Overstroomde ruggen. Beeld: Corné Lugtenberg
Storymap als instrument in het actieprogramma
De kracht van de storymap, en van het Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw van LVVN in bredere zin, zit volgens Sabine Pronk vooral in het handelingsperspectief dat ze bieden. ‘We helpen boeren te zien wat ze kunnen doen, vandaag en morgen, vanuit hun locatie en bedrijfsvoering. De storymap biedt geen standaardoplossingen, maar keuzes binnen een adaptatieroute op gebiedsniveau. The bottom-line van ons hele programma is dat we landbouwers willen uitdagen, stimuleren en ondersteunen om weerbaarder te worden’, aldus de programmamanager.
Het actieprogramma hanteert daarbij drie paden: optimaliseren, meebewegen en transformeren. Elk pad past bij verschillende niveaus van risico en schaal. Bij optimaliseren gaat het om verbeteren van de bodem en het waterpeil binnen het bestaande systeem, bijvoorbeeld via drainage-aanpassingen of infiltratiegreppels. Bij meebewegen om geleidelijke aanpassing in teelt, bedrijfsvoering of gewaskeuze, zoals overstappen op gewassen die beter omgaan met droogte of natte omstandigheden. Bij transformeren om scenario’s richting heel andere systemen, zoals paludicultuur of volledig nieuwe teeltsystemen die meer aansluiten bij klimaatveranderingen en maatschappelijke doelen.
Uit evaluaties blijkt dat agrariërs inmiddels bodem- en watermaatregelen toepassen, maar minder vaak kiezen voor adaptieve rassen of systeemverandering.
De storymap is bindmiddel, biedt systeeminzicht en kan de basis vormen voor het goede gesprek
Pronk geeft aan dat eind dit jaar de stresstesttool beschikbaar komt, zodat boeren op perceelniveau risico’s zien en keuzeopties krijgen. ‘Agrariërs kunnen met de storymap dan hun risico’s herkennen, de stresstest gebruiken en maatregelen kiezen.’ Maar ook betrokken overheden—waterschappen, provincies en gemeenten— krijgen via de storymap inzicht in regio-specifieke kwetsbaarheden en kunnen gebiedsgerichte adaptatieprogramma’s vormgeven. Adviseurs en ketenpartijen kunnen deze ‘praatplaat’ inzetten in regionaal overleg en beleidsvorming. Rogier Vogelij daarover: ‘Dit moet leiden tot beleidsinzicht én maatschappelijke samenwerking. De storymap is een gesprekstool. Ze biedt systeeminzicht en kan zo de basis vormen voor het goede gesprek: om vanuit gezamenlijk belang te werken aan adaptieve landbouw, duurzaam waterbeheer en veerkrachtige landschapssystemen.’
Het is het ministerie van LVVN er veel aan gelegen om het vakonderwijs op hogescholen en bij universitaire masters mee te nemen in het actieprogramma, legt Sabine Pronk uit. Studenten kunnen de storymap gebruiken voor analyse en gebiedsopgaven, met als potentie integratie in curricula. ‘We halen bijvoorbeeld young professionals bij onze kennisprojecten en gebruiken tools als de storymap en de stresstesten om nieuw perspectief te ontwikkelen. Ons hoofddoel is dat dat agro-ondernemers, zeker ook de jonge professionals, straks binnen de nieuwe klimatologische omstandigheden een levensvatbaar bedrijf kunnen runnen.’


