Inzicht in risico's stuurt keuzes in landbouwpraktijk

Storymap toont kwetsbaarheid en adaptatiekansen

Natuur en ecologie Landelijk gebied Klimaatadaptatie

Auteur Marcel Bayer

06 maart 2026 om 09:30, Leestijd ca. 12 minuten


Met een interactieve storymap wil het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) agrariërs, overheden en kennisorganisaties ondersteunen in keuzes rond bodem, water en gewasadaptatie. De storymap, samengesteld door Wageningen Environmental Research (WEnR), maakt klimaatrisico’s inzichtelijk en bieden concrete adaptatieroutes. De bedoeling is om hiermee de klimaatadaptatie in de landbouw te stimuleren via opgavegericht werken.

De overstromingen in Zuid-Limburg in 2021 vormden de directe aanleiding voor het project, maar ook de droogteperiodes die de afgelopen jaren met steeds meer regelmaat voorkomen. ‘Het wordt warmer, droger, natter, en de verzilting neemt toe’, aldus Sabine Pronk. Ze is programmamanager Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en legt uit: ‘Met dit project willen we verkennen wat klimaatstress betekent voor verschillende teelten en regio’s.’ LVVN vroeg WUR daarom een analyse te maken, die nu is ontsloten via de interactieve storymap met begeleidend rapport.

‘Met dit project verkennen we wat klimaatstress betekent voor teelten en regio’s’

Pronk benadrukt dat de storymap niet op zichzelf staat, maar stevig verankerd is binnen het Actieprogramma Klimaatadaptatie Landbouw. Het ministerie ondersteunt via het actieprogramma de agrarische sector in maatregelen rond bodembeheer, waterberging en ontwikkeling van adaptieve rassen en teeltsystemen.

Twee kaarten tonen het verschil in landgebruik door de tijd heen: boven de kaart met historisch grondgebruik (1900), onder het landgebruik in 2000. Bron: HGN WEnR, LGN

Modulematige opbouw

Projectleider vanuit de WEnR Rogier Vogelij, licht de functie en opbouw van de storymap toe: ‘We hebben in Nederland enorm veel relevante kennis en data, maar door de veelheid daarvan en de technische kennis die je bijvoorbeeld nodig hebt om met GIS-data te werken is dit niet altijd even makkelijk toegankelijk voor niet-specialisten.’ Ook staan de kennis en data die in het ene vakgebied gemeengoed zijn bij anderen lang niet even goed op het netvlies, zegt hij.

‘Binnen Wageningen University & Research (WUR) hebben we veel van deze vakgebieden onder één dak, dus ik ben met specialisten op het gebied van landgebruik, klimaat, bodem en water van Environmental Research, en diverse landbouwkundigen van Plant, Livestock en Bioveterinary Research samen aan de slag gegaan om de kennis over de kwetsbaarheden van landbouw voor klimaatverandering bijeen te brengen.’

Met de storymap wordt informatie uit verschillende bronnen toegankelijker, aldus Vogelij. ‘Zo gebruiken we de gegevens van het KNMI en uit de Klimaateffectatlas over het weer en klimaat, en van Bodemdata.nl en de Basiskaart Natuurlijk Systeem Nederland (BKNSN) over morfologie, bodem en ondergrond, en van Deltares over water en verzilting.’

De storymap sluit aan bij WUR-onderzoek rond stresstesten voor boeren, factsheets voor bodembeheermaatregelen en land- en tuinbouwscenario’s voor 2050. ‘Hiermee bieden we verdiepende en tegelijk toegankelijker informatie op regionaal niveau, met praktische inzichten en narratieven tussen vaak abstract beleid en perceelanalyses.’ De storymap neemt de gebruiker in modules mee van klimaatverandering naar concrete impact op agrarische systemen. Ze laat zien hoe dat uitwerkt in zes onderscheiden landsdelen en naar regionale handelingsperspectieven.

De eerste module gaat over de trends van temperatuur, neerslag en verdroging. ‘We tonen bijvoorbeeld hoeveel tropische dagen een regio nu telt en hoeveel dat er naar verwachting in 2050 zijn’, legt Vogelij uit. ‘Dat loopt per regio sterk uiteen. In Eindhoven stijgt dat aantal met 12 dagen per jaar, tot 21 in 2025, terwijl dat in Middelburg stijgt van 2 naar 5 dagen in 2050.’

Voor droogte en vernatting zijn eveneens kaarten opgenomen, met een vergelijking tussen het huidige klimaat en het scenario voor 2050. Gebruikers kunnen via een schuifbalk eenvoudig schakelen tussen beide jaren. Vogelij: ‘Je ziet direct waar de zomers natter worden, of waar juist neerslagtekorten gaan ontstaan. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse leidt dat tot wateroverlast of juist tot droogte.’

Grondgebruik en kwetsbaarheden

In de module Ontstaansgeschiedenis worden die karakteristieken beschreven aan de hand van bodemtype, grondwaterstand, afwateringsstructuur en oppervlaktewateraanvoer. Hier is goed zichtbaar hoe het grondgebruik de afgelopen eeuwen is veranderd. Zo is parallel aan de afname van natuur- en bosgebieden de toename van landbouwareaal en verstedelijkt gebied respectievelijk met 2.800 en 3.100 km2 toegenomen.

‘De kernvraag is: hoe gevoelig is een landbouwsysteem en wat is het aanpassingsvermogen?’

De volgende module Kwetsbaarheden brengt scherp de onderliggende factoren in kaart: niet alleen de klimaatdreiging, maar hoe die zich vertaalt naar impact op landbouw. Vogelij daarover: ‘De kernvraag is: hoe gevoelig is een landbouwsysteem voor de klimaattrends, en wat is het aanpassingsvermogen? Die twee componenten vormen samen de kwetsbaarheid.’

Sinds de jaren vijftig hebben cultuurtechnische ingrepen zoals ruilverkaveling, drainage en het rechttrekken of dempen van beken, samen met technologische ontwikkelingen in kunstmest, gewasbescherming en veredeling, geleid tot een sterke productiviteitsverhoging in de landbouw. Waterschappen speelden hierin een centrale rol door het waterpeil te reguleren en daarmee zowel de landbouw te ondersteunen als de waterveiligheid te verbeteren. Tegelijk heeft die gecontroleerde waterhuishouding nadelen: versnelde afvoer verstoort de natuurlijke watercyclus, verarmt de biodiversiteit en vergroot de droogtegevoeligheid doordat grondwater zich minder kan aanvullen.

Bijvoorbeeld in zeekleigebieden bestond bijna 20 procent van het landoppervlak uit water. De omvorming van deze gebieden naar bouwland heeft de wateropslagcapaciteit verlaagd, wat wateroverlast waarschijnlijker maakt bij intensieve neerslagmomenten en de watervoorraad in geval van droogte verkleint. Vogelij: ‘We tonen hier met gegevens van Deltares waar het watersysteem tekortschiet bij piekbelasting. Maar ook waar water bij droogte moeilijk aan te voeren is. Niet alleen door schaarste, maar omdat het systeem daar fysiek niet op berekend is.’

Aanplant van lisdodde in polder Hegewarren, Friesland. Beeld: Jasper van Belle

Regionale uitwerking

De kwetsbaarheden als gevolg van klimaatverandering beperken zich niet tot wateroverlast bij hevige regenval en lage grondwaterspiegel door toenemende droogte. Ze zijn er meestal wel aan gerelateerd. In de storymap worden er nog negen onderscheiden, waaronder: hittestress voor dieren, planten en bodem; slechte bodemtoegankelijkheid door natte akkers; erosie; zout grond- of oppervlaktewater en niet te vergeten achteruitgang in functionele agrobiodiversiteit en hoge ziekte- en plaagdruk. Door veranderende temperaturen en neerslagpatronen verschuiven de leefgebieden van soorten. Dat kan leiden tot de afname van nuttige organismen als bestuivers en natuurlijke vijanden van bacteriën, met als gevolg een hogere plaagdruk, lagere opbrengsten en hogere behoefte aan chemische middelen in de landbouw en veeteelt.

De cases tonen hoe agrariërs en overheden samen adaptieve maatregelen verkennen

De verschillende klimaatkwetsbaarheden zijn uitgewerkt voor dertien deelgebieden verspreid over Hoog- en Laag Nederland. Voor deze gebieden zijn cases uitgewerkt die specifieke klimaatkwetsbaarheden illustreren, zoals Hegewarren in het Friese veenweidegebied, waterwingebied het Klooster op de zandgronden van de Achterhoek en het verziltingsgevoelige Schouwen-Duiveland. ‘Hier koppelen we harde data aan narratieven’, vertelt Vogelij. Die beschrijvingen van de specifieke kwetsbaarheden laten zien wat agrariërs, samen met drinkwaterbedrijven en andere stakeholders kunnen doen, ondersteund door overheden en wij als wetenschappers. ‘De cases tonen hoe agrariërs en overheden samen adaptieve maatregelen verkennen, van greppelinfiltratie tot bevloeiing en regelbare drainage’, aldus Vogelij. ‘De ene casus illustreert een wat meer technische aanpak, de andere een participatief proces om gezamenlijk toekomstscenario’s uit te werken. Er is een brede bandbreedte aan adaptatiestrategieën mogelijk, als je maar handelt vanuit begrip van het bodem- en watersysteem, op basis daarvan het goede schaalniveau kiest om maatregelen te nemen, en de lange termijn ontwikkelingen goed voor ogen houdt. Van daaruit kun je in beeld brengen welke innovaties per gebied het best passend zijn. In de storymap bieden we links naar een veelheid aan instrumenten die je daarvoor kunt gebruiken’

De narratieven maken het tastbaarder voor boeren en beleidsmakers, is zijn overtuiging, wat ‘helpt om het gesprek te voeren over wat op korte en lange termijn nodig is’.

Overstroomde ruggen. Beeld: Corné Lugtenberg

Storymap als instrument in het actieprogramma

De kracht van de storymap, en van het Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw van LVVN in bredere zin, zit volgens Sabine Pronk vooral in het handelingsperspectief dat ze bieden. ‘We helpen boeren te zien wat ze kunnen doen, vandaag en morgen, vanuit hun locatie en bedrijfsvoering. De storymap biedt geen standaardoplossingen, maar keuzes binnen een adaptatieroute op gebiedsniveau. The bottom-line van ons hele programma is dat we landbouwers willen uitdagen, stimuleren en ondersteunen om weerbaarder te worden’, aldus de programmamanager.

Het actieprogramma hanteert daarbij drie paden: optimaliseren, meebewegen en transformeren. Elk pad past bij verschillende niveaus van risico en schaal. Bij optimaliseren gaat het om verbeteren van de bodem en het waterpeil binnen het bestaande systeem, bijvoorbeeld via drainage-aanpassingen of infiltratiegreppels. Bij meebewegen om geleidelijke aanpassing in teelt, bedrijfsvoering of gewaskeuze, zoals overstappen op gewassen die beter omgaan met droogte of natte omstandigheden. Bij transformeren om scenario’s richting heel andere systemen, zoals paludicultuur of volledig nieuwe teeltsystemen die meer aansluiten bij klimaatveranderingen en maatschappelijke doelen.

Uit evaluaties blijkt dat agrariërs inmiddels bodem- en watermaatregelen toepassen, maar minder vaak kiezen voor adaptieve rassen of systeemverandering.

De storymap is bindmiddel, biedt systeeminzicht en kan de basis vormen voor het goede gesprek

Pronk geeft aan dat eind dit jaar de stresstesttool beschikbaar komt, zodat boeren op perceelniveau risico’s zien en keuzeopties krijgen. ‘Agrariërs kunnen met de storymap dan hun risico’s herkennen, de stresstest gebruiken en maatregelen kiezen.’ Maar ook betrokken overheden—waterschappen, provincies en gemeenten— krijgen via de storymap inzicht in regio-specifieke kwetsbaarheden en kunnen gebiedsgerichte adaptatieprogramma’s vormgeven. Adviseurs en ketenpartijen kunnen deze ‘praatplaat’ inzetten in regionaal overleg en beleidsvorming. Rogier Vogelij daarover: ‘Dit moet leiden tot beleidsinzicht én maatschappelijke samenwerking. De storymap is een gesprekstool. Ze biedt systeeminzicht en kan zo de basis vormen voor het goede gesprek: om vanuit gezamenlijk belang te werken aan adaptieve landbouw, duurzaam waterbeheer en veerkrachtige landschapssystemen.’

Het is het ministerie van LVVN er veel aan gelegen om het vakonderwijs op hogescholen en bij universitaire masters mee te nemen in het actieprogramma, legt Sabine Pronk uit. Studenten kunnen de storymap gebruiken voor analyse en gebiedsopgaven, met als potentie integratie in curricula. ‘We halen bijvoorbeeld young professionals bij onze kennisprojecten en gebruiken tools als de storymap en de stresstesten om nieuw perspectief te ontwikkelen. Ons hoofddoel is dat dat agro-ondernemers, zeker ook de jonge professionals, straks binnen de nieuwe klimatologische omstandigheden een levensvatbaar bedrijf kunnen runnen.’

Veenweidepolder Hegewarren test klimaatvriendelijke bedrijfsmodellen
In de Friese polder Hegewarren (360 ha), grenzend aan Nationaal Park De Alde Feanen, wordt geëxperimenteerd met nieuwe landbouwvormen die bijdragen aan klimaatdoelen, natuurherstel en toekomstbestendig waterbeheer. De provincie Fryslân wil bodemdaling beperken en stuurt op aanzienlijk hogere slootpeilen en grondwaterstanden. Binnen het programma NL2120 zijn daarom twee proefbedrijven opgezet: een veen-natuurinclusief melkveebedrijf en een veen-waterbedrijf gericht op natte teelten (paludicultuur).
Het melkveebedrijf onderzoekt hoe onder natte, extensieve omstandigheden met beperkte bemesting toch een rendabele bedrijfsvoering mogelijk is. In plaats van kostbare drainage-oplossingen wordt greppelinfiltratie toegepast: via greppels wordt in het zomerhalfjaar water vanuit sloten met hoog peil het perceel ingebracht, waardoor de daling van de grondwaterstand deels gecompenseerd kan worden. Eerder onderzoek in Noord-Holland toont dat deze methode effectief is om het grondwaterniveau te verhogen.
Daarnaast wordt in Hegewarren gericht geëxperimenteerd met parasietpreventie, specifiek gericht op leverbotinfecties bij vee – een risico dat toeneemt bij natte omstandigheden. Vogelij: In ‘PPS-projecten als “Lekker Bloeien, Gezonde Koeien” werd gewerkt aan praktische maatregelen die boeren helpen om hier mee om te gaan.’
De Hegewarren-case sluit aan bij de nationale doelstelling om in 2030 jaarlijks 1 megaton CO2-equivalent aan emissies uit veenweiden te reduceren. Provincies werken hiervoor met agrariërs, overheden en maatschappelijke partijen aan regionale veenweidestrategieën. Naast klimaatmitigatie staan daarin ook waterbeschikbaarheid, biodiversiteit en economische haalbaarheid centraal. Dit project laat zien hoe via gebiedsgerichte innovatie wordt gewerkt aan een veerkrachtige en toekomstgerichte landbouw.

’t Klooster – Water vasthouden op droge zandgronden
Waterwingebied ’t Klooster in de Achterhoek ligt op hoge, droge zandgronden zonder aanvoer van oppervlaktewater tijdens het groeiseizoen. Jaarlijks wordt er ruim 5 miljoen kubieke meter freatisch grondwater onttrokken voor drinkwater, een hoeveelheid die de natuurlijke aanvulling door neerslag ruimschoots overstijgt. Boeren in de regio, met name rondom agro-innovatiecentrum De Marke, ondervinden directe gevolgen van deze waterdruk. Door de ligging in de onttrekkingskegel en het ontbreken van aanvoer vanuit omliggende gebieden, zijn landbouwpercelen extreem droogtegevoelig.
Klimaatverandering versterkt deze problematiek. Het aantal zomerse droogteperiodes neemt toe, terwijl de zandgronden door hun structuur snel uitdrogen en weinig vocht vasthouden. Akkerbouwers en melkveehouders kampen daardoor met opbrengstverliezen. Gewassen als gras, aardappelen en granen lijden onder de combinatie van lage grondwaterstanden en hittestress. Inzet op droogtebestendigere gewassen zoals maïs en sorghum, biedt deels perspectief, maar lost het structurele watertekort niet op.
Om het bodem- en watersysteem weerbaarder te maken, wordt gezocht naar maatregelen die water langer in het gebied vasthouden. Infiltratie en bevloeiing spelen hierin een sleutelrol. Waterschap Rijn en IJssel pompt sinds 1997 in de winterperiode water het gebied in via de ‘Veengoot’. Via sloten rond het waterwingebied kan dit water infiltreren. Omdat de werking van slootinfiltratie beperkt blijft tot slechts enkele meters rondom de sloot, zijn aanvullende maatregelen nodig.
Sinds 2020 wordt daarom samengewerkt met melkveehouders om percelen gericht te bevloeien. Uit veldproeven blijkt dat winterbevloeien met relatief kleine hoeveelheden water (gemiddeld 12–18 mm per dag) de grondwaterstand lokaal aanzienlijk verhoogt. Dit effect houdt tot 100 dagen na de bevloeiing aan en zorgt in het voorjaar voor betere capillaire navulling van de wortelzone. Daarmee kan het groeiseizoen met voldoende bodemvocht beginnen, wat cruciaal is voor opbrengstzekerheid.
De ervaring uit 't Klooster benadrukt het belang van een gebiedsgerichte samenwerking. Melkveehouders, waterwinbedrijven en het waterschap trekken samen op om via onder meer infiltratiesloten, diepe bassins en strategische buffering van winterneerslag het watersysteem weer in balans te brengen. Niet alleen landbouw, maar ook omliggende natuurgebieden profiteren van een hoger en stabieler grondwaterpeil. De aanpak laat zien hoe droge zandgebieden door middel van lokale buffering en seizoensgebonden infiltratie stappen kunnen zetten richting een klimaatrobuuste toekomst.

Schouwen-Duiveland zoekt balans in water en teelt
De zeekleipolders van Schouwen-Duiveland zijn extra kwetsbaar voor droogte en verzilting. Het eiland is niet aangesloten op het hoofdwatersysteem en wordt volledig omringd door zout water. Daardoor is de landbouw afhankelijk van regenwater en ondiep zoet grondwater; die voorraad is beperkt én gevoelig voor verzilting. In droge zomers, zoals die van 2018, raken de voorraden snel uitgeput. Tegelijkertijd wordt in natte winters veel neerslag afgevoerd, terwijl die juist zou kunnen bijdragen aan de aanvulling van de zoetwatervoorraad.
De kwetsbaarheid is vooral zichtbaar bij hoogrenderende gewassen als aardappelen, uien en bloembollen. Deze zijn zeer gevoelig voor verzilting én verdroging. Doordat diep grondwater zout is en kwel optreedt vanuit onderliggende lagen, raken wortelzones verzilt. In combinatie met neerslagtekort leidt dit tot lagere opbrengsten en verlies aan concurrentiekracht. De gewaskeuze verschuift daardoor nu al naar minder kwetsbare teelten als graan en suikerbiet, in plaats van uien, die door de ondiepe doorworteling veel gevoeliger zijn voor droogte.
Voor een toekomstbestendige landbouw worden verschillende strategieën onderzocht. Naast gewasaanpassing zetten boeren, waterschap en waterwinbedrijven samen in op maatwerkoplossingen zoals het vasthouden van winterregen, ondergrondse wateropslag, regelbare drainage of bevloeiing. In sommige scenario’s wordt ook gekeken naar zoetwateraanvoer via pijpleidingen—een technisch complexe en kostbare optie.
De kern is een omslag naar landbouw die beter aansluit bij het bodem- en watersysteem. Daarbij horen robuustere teeltsystemen, samenwerking tussen gebiedspartijen en met de keten, om zo gezamenlijk nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen die aansluiten bij de condities van het gebied. Zo ontstaat perspectief op een klimaatrobuuste landbouw waarin waterbeschikbaarheid, gewaskeuze en ruimtelijke inrichting in samenhang worden afgewogen.
Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord