Advies Klaas Knot: Lelylijn financieel haalbaar door meerjarig spaarsysteem

Infrastructuur en mobiliteit

Foto: André Muller / iStock.com

Foto: André Muller / iStock.com
Auteur Marko Faas

02 februari 2026 om 17:20, Leestijd ca. 3 minuten


De aanleg van de Lelylijn is financieel haalbaar als Rijk en regio vanaf 2026 jaarlijks vierhonderd miljoen euro reserveren in een fonds. Dat concludeert Lelylijn-gezant Klaas Knot in een vrijdag gepresenteerd advies. Ondanks een negatieve maatschappelijke kosten-batenanalyse stelt hij dat de lijn er moet komen. De spoorverbinding kan volgens hem bijdragen aan economische structuurversterking, extra woningbouw, bedrijvigheid, verbeterde bereikbaarheid en nationale cohesie.

De meeste aanlegkosten van de Lelylijn vallen ná 2040. ‘Daardoor is het mogelijk om te sparen’, schrijft Knot in zijn advies. ‘Voor “klassieke” invulling van een dergelijke constructie komt als eerste het Mobiliteitsfonds in beeld, wat daartoe structureel zal moeten worden opgehoogd, inclusief automatische verlenging voorbij de huidige planperiode van 15 jaar.’

In zijn voorstel wordt een Gebiedsfonds opgericht waarin Rijk en regio jaarlijks bijdragen storten. Aanvullend zou circa 10 tot 20 procent van de kosten kunnen worden gedekt uit alternatieve bronnen: grondopbrengsten, tickettoeslagen en Europese cofinanciering.

Beleidskader onder druk

De Lelylijn schuurt met bestaande begrotingsregels, stelt Knot. Volgens hem sluit de eis dat 75 procent van de financiering moet zijn gedekt vóór de MIRT-verkenningsfase slecht aan bij projecten die gefaseerd en over meerdere decennia worden gerealiseerd. Hij pleit voor een koersvaster financieringskader, zoals een structureel opgehoogd Mobiliteitsfonds of een aparte langjarige investeringsconstructie.

Ook stelt Knot voor om ProRail de regierol te geven bij de uitvoering, met duidelijke afspraken over fasering en risicoverdeling. Dat past volgens hem beter bij de aard en schaal van het project dan traditionele aanbestedingstrajecten.

Brede waarde

Een traditionele maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) laat een negatief saldo zien. Volgens Knot is dat geen verrassing: ‘Gelet op het relatief dunbevolkte karakter van Noordelijk Nederland zal een traditionele MKBA nooit positief worden.’ Toch benadrukt hij dat de opbrengsten breder zijn dan financiële rendementen. ‘De verbeterde connectiviteit […] leidt tot extra potentieel en ruimte voor economische, demografische en stedelijke groei.’ Volgens hem blijft de jaarlijkse exploitatie wel structureel negatief: circa 237 miljoen euro.

In het masterplan wordt gerekend op een woningbouwimpuls van 55.000 tot 115.000 woningen en een economische groei van 30.000 tot 70.000 extra arbeidsplaatsen. Ook biedt de Lelylijn volgens Knot kansen voor aansluiting op het internationale spoornetwerk richting Bremen en Noord-Duitsland, als onderdeel van het TEN-T-corridornetwerk.

Gemeenten als Heerenveen en Emmeloord verwachten dat de spoorlijn hun regio’s structureel versterkt op het gebied van wonen, arbeid en bereikbaarheid. Ook bestuurlijk klinkt er optimisme: hoewel het project ontbreekt in het coalitieakkoord van VVD, D66 en CDA, wijzen bestuurders zoals burgemeester Roger de Groot (Noordoostpolder) erop dat de benodigde randvoorwaarden met het spaarsysteem wel degelijk in beeld komen. De SER Noord-Nederland noemt de Lelylijn ‘een investering in de BV Nederland’.

Knot wijst op eerdere grootschalige Rijksprojecten zoals de Afsluitdijk, de IJsselmeerpolders en de Deltawerken, waarbij de baten zich pas veel later manifesteerden. ‘Als uw ambtsvoorgangers zich […] hadden laten inkaderen door het MKBA-denken, hadden vele grootschalige infrastructurele projecten die ons nu een rood-wit-blauw gevoel bezorgen, er simpelweg niet gelegen’, schrijft hij.

Ruimtelijke reflectie

Parallel aan het advies van Knot zijn ruimtelijke studies uitgevoerd. In de gebiedsverdiepingen voor Groningen, Drachten, Heerenveen en Emmeloord is onderzocht hoe de spoorlijn kan bijdragen aan gebiedsontwikkeling, woningbouw en economische vernieuwing. Een aparte toekomstverkenning schetst scenario’s voor de regio tot 2125.

Het College van Rijksadviseurs reflecteerde onafhankelijk op deze ruimtelijke component. Volgens hen tonen de studies overtuigend aan dat de Lelylijn aanzienlijk meer is dan een infrastructuurproject. De lijn kan volgens het CRa uitgroeien tot ‘ruggengraat van een toekomstbestendige regionale economie’.

Tegelijkertijd stellen de rijksadviseurs dat de ruimtelijke inzichten pas echt tot hun recht komen als het Rijk een duidelijke koers kiest. ‘Alleen wanneer het project wordt ingebed in een nationale strategie waarin woningbouw, mobiliteit, landschap en economie in samenhang worden benaderd, kan de investering daadwerkelijk bijdragen aan brede welvaart’, aldus het College van Rijksadviseurs.

Gerelateerde Artikelen
Schrijf u in voor de nieuwsbrief Elke week het laatste nieuws over ruimtelijke ontwikkeling in uw inbox.
Link gekopieerd naar klembord