
‘We gaan investeren in buurten waar vrouwen en meisjes veilig over straat kunnen’, zei D66-leider Rob Jetten bij de presentatie van het coalitieakkoord ‘Aan de Slag’. Wonen is een van de belangrijkste onderwerpen van deze coalitie.
Het Rijk neemt de regie over de woningbouw opnieuw nadrukkelijker in handen. Er worden minstens dertig grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang ontwikkeld, met een integrale aanpak voor wonen, werken, bereikbaarheid en groen. Het is niet duidelijk of die locaties bovenop de bestaande 17 grootschalige verstedelingslocaties komen die nu al in ontwikkeling zijn. Water en bodem wordt weer sturend.
Gemeenten die hun woningbouwdoelen overtreffen worden beloond; achterblijvers krijgen ondersteuning. Er is ook een knoop doorgehakt over permanente bewoning van recreatiewoningen: dat wordt toegestaan.
De hypotheekrenteaftrek blijft volledig intact, ondanks brede kritiek van deskundigen dat deze regeling de woningmarkt verstoort en de betaalbaarheid onder druk zet. De VVD, die het behoud van de aftrek tot speerpunt maakte in de campagne, heeft dit punt binnengehaald in de onderhandelingen met CDA en D66.
Financiële armslag
Woningcorporaties en private verhuurders krijgen meer financiële armslag om meer te bouwen. De procedures voor woningverkoop worden vereenvoudigd en er komt een jaarlijkse inkomenstoets om huurprijzen aan te passen aan draagkracht. Voor nieuwe huurders in de sociale sector komt een vermogenstoets.
Hoewel er dus maatregelen worden genomen om corporaties te versterken, wordt de vennootschapsbelasting niet afgebouwd. Die belasting is corporaties al langer een doorn in het oog, omdat zij als non-profitorganisatie daardoor minder kunnen investeren in nieuwbouw en verduurzaming. Wel komt er vanaf 2028 een investeringscapaciteit, die start met 250 miljoen per jaar.
Bij nieuwe woondeals is het streven tweederde betaalbaar, waarvan 30 procent sociale huur en 25 procent betaalbare koop. De coalitie wil 1 miljard euro steken in betaalbare woningen.
Vereenvoudigingswet
D66, CDA en VVD kiezen voor structurele wetgevingsversimpeling via een jaarlijkse Vereenvoudigingswet. Daarbij komen er eenvoudigere regels voor optoppen, splitsen en vergunningsvrij bouwen waar mogelijk.
Daarnaast worden regels voor prefab bouw en herhaalbare bouwconcepten gestandaardiseerd. Door een digitaal planproces en een fastlane voor vergunningen moeten fabriekswoningen sneller gerealiseerd worden.
Ook wordt het Besluit bouwwerken leefomgeving aangepast om kostbare bouweisen te schrappen. De aanpak sluit aan bij de voorstellen van Commissie-STOER.
Ook bezwaarprocedures worden ingeperkt. Er komt nog maar één beroepsgang, vaste uitspraaktermijnen en hogere drempels voor bezwaar. Daarbij grijpt de coalitie terug op de plannen die voormalig CDA-minister Hugo de Jonge al presenteerde.
De Jonge kreeg daarop kritiek van de Raad voor de Rechtspraak, die vindt dat op deze manier de rechtsstaat wordt uitgehold. Een landelijke regeling voor nadeelcompensatie en planschade moet die kritiek deels wegnemen.
Gemeenten krijgen meer instrumenten
Een van de belangrijkste obstakels voor betaalbare bouw is vaak de grondprijs. De coalitie wil gemeenten meer mogelijkheden geven om actief grondbeleid te voeren. Zo kunnen ze via een sterker voorkeursrecht en een nieuwe grondfaciliteit grond aankopen tegen redelijke prijzen.
Daarbij kan ook een instrument worden ingezet waarbij private winsten van grondbezitters meer publiek kunnen worden aangewend. Het woord planbatenheffing staat niet in het akkoord.
Tegelijkertijd wordt hun ruimte beperkt op andere terreinen: de opkoop- en zelfbewoningsplicht worden fors ingeperkt en gerichter inzetbaar gemaakt. Ook bovenwettelijke eisen van gemeenten moeten verdwijnen.
Focus op betaalbaarheid en doorstroom
Bij nieuwe woondeals blijft het streven 2/3 betaalbare woningen, waarvan 30 procent sociale huur en 25 procent betaalbare koop. Permanente bewoning van recreatiewoningen wordt mogelijk gemaakt, mede vanwege de krapte op de woningmarkt.
Om doorstroom te bevorderen, worden afspraken gemaakt over passende huurprijzen en het gebruik van niet-DAEB-middelen door corporaties. Gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten worden ondersteund met objectsubsidies.
Onderwijsinstellingen krijgen meer verantwoordelijkheid voor huisvesting van internationale studenten, net zoals werkgevers beter moeten zorgen voor huisvesting voor hun arbeiders.
Infrastructuur voor woningbouw
De coalitie wil investeren in de aanleg van nieuwe infrastructuur, die noodzakelijk is voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw. Bij de prioritering van nieuwe aanlegprojecten wordt gekozen voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling.
In het akkoord wordt de Lelylijn niet nadrukkelijk genoemd. Noordelijke provincies willen die lijn tussen Amsterdam en Groningen en Leeuwarden graag omdat het de economie kan versterken en meer woningbouw mogelijk maken.


