Met de vraag “Wat laat jij achter in 2025?” startte ik onlangs een intervisie met projectleiders die werken aan de Aanpak Droogte en Wateroverlast in de Achterhoek en Liemers. De antwoorden varieerden van persoonlijke hindernissen tot verhuisstress. Bovenal klonk de wens door om ‘gedoe op het werk’ achter te laten: de frustratie van trage processen, wet- en regelgeving die belemmert, en het ontbreken van lef om stappen te zetten.
Diezelfde vraag stelde ik aan agrarische ondernemers die samen een breed gedragen plan voor hun gebied hadden opgesteld. Hun grootste wens: afscheid nemen van frustratie en energieverlies. Want zij voelden zich geremd door overheden die traag schakelen en verschillende signalen afgeven.
In een eerder gezamenlijk gesprek met hen hadden we al ontdekt dat ze zichzelf als samenwerkingsverband opnieuw moesten uitvinden, herpositioneren en verbinden. Makkelijker gezegd dan gedaan. Baron van Münchhausen was in staat zichzelf aan zijn eigen haren uit het moeras te trekken. Maar dit was slechts een van de sterke verhalen van deze baron.
Met kleine stapjes kijken hoe dan wel tot een succes te komen
Wat mij trof was de veerkracht van deze agrariërs. Ondanks twijfels waren ze bereid de focus te verleggen van de trage overheid naar hun eigen cirkel van invloed: doen waar je wél energie van krijgt en stap voor stap weer vooruit. Om zo met kleine stapjes te kijken hoe dan wel tot een succes te komen. En met welke partners en overheden ze zich hiervoor opnieuw willen verbinden.
Je zou kunnen zeggen: dit is inherent aan gebiedsontwikkeling in het buitengebied. Jarenlang heb ik gewerkt aan de ontwikkeling van het landelijk gebied in de Gelderse Vallei/Utrecht Oost. Bij het vieren van geslaagde projecten heb ik vaak de woorden gebruikt: ‘wel gehoopt, nooit gedacht en toch gekregen’. Gebiedsontwikkeling kost nu eenmaal tijd. En zit vaak tegen.
Voor mij geldt ”elke stap telt”. Dat is de essentie van gebiedsontwikkeling: volharden en verbinden
Recent kreeg ik een nieuwe invalshoek. Op de verjaardag van mijn vrouw Jolanda, die net als ik zestig werd, stelde ik haar dezelfde vraag. Zij draaide hem om: “Wat néém ik mee?” Dat zette mij aan het denken. Ondanks alle vertraging en complexiteit, heb ik van dichtbij mogen meemaken dat er mooie stappen gezet worden in Nederland. Zo hebben de Rijks- en regionale overheden in Zeeland en Vlaanderen een uitvoeringsagenda vastgesteld voor het North Port Sea District. Ze hebben overeenstemming bereikt over de sleutelprojecten en gaan met gebiedsregisseurs aan de slag gaan om de projecten uit te voeren. In Overijssel zijn maatschappelijke partners en overheden samen op zoek gegaan naar manieren om vergunningverlening vlot te trekken. Hoe kan het wel, voor natuur én landbouw. En in Achterhoek en Liemers leren projectleiders van elkaar en zetten alle betrokken partners samen stappen richting een Meerjaren Investeringsagenda. Al deze voorbeelden geven mij energie en inspiratie. Het zijn geen definitieve oplossingen, maar wel allemaal stappen vooruit. Voor mij geldt ”elke stap telt”. Dat is de essentie van gebiedsontwikkeling: volharden en verbinden.
Zijn de dromen dan voorbij? Nee hoor, want mijn dromen bepalen voor mij de richting voor de volgende stappen in 2026. Met de agrarische ondernemers gaan we volgend jaar weer om tafel zitten. Met de vraag: wat neem jij mee? En daarom ook de vraag aan jou: wat neem jij mee?


