
Auteurs Britt Kwantes en Pier Vellinga
Dit artikel is gebaseerd op de masterthesis van Britt Kwantes aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Environment and Resource Management. Pier Vellinga is emeritus hoogleraar klimaatwetenschappen aan de VU Amsterdam en WUR.
Aanpassing aan klimaatverandering is onvermijdelijk. De maatschappelijke discussie is gaande: gaan we “meebewegen” of gaan we “sterker verdedigen”? Aanpassing van het ruimtelijk beleid is in beide gevallen onvermijdelijk. Omgaan met water speelt de hoofdrol. Voor de grote rivieren is een eerste stap gezet met Ruimte voor de Rivier 2.0 en de aanscherping van de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR), in werking getreden op 1 februari 2025.
De kaders en de trends
De BGR stelt kaders voor het gebruik van de buitendijkse ruimte tussen de dijken. Het gaat om de uiterwaarden langs de IJssel, Rijn, Waal en Maas, een gebied met een oppervlakte van zo’n 70.000 ha. Sinds de start van het concept Levende Rivieren heeft 23.000 ha hiervan de bestemming natuur.
De BGR 2025 legt grote beperkingen op aan niet-riviergebonden bebouwing. Vakantiewoningen en infrastructuur ten behoeve van recreatie geldt als niet-riviergebonden. De afgelopen jaren zijn veel seizoensgebonden gezins-campings omgezet in vakantieparken met dichte bebouwing van recreatiebungalows. Op veel plaatsen leidde dit tot lokaal protest tegen de ‘Rompottisering’ van de uiterwaarden. Grote vakantieparken bouwen is onder de aangescherpte BGR 2025 niet meer mogelijk. Maar wat dan wel? Niets bouwen, waarbij recreatie in de uiterwaard beperkt blijft tot wandelen, struinen, zwerf-vaartochten, kanoën etc. is voor velen een aantrekkelijke optie. Echter, de praktijk laat zien dat dit soort recreatieactiviteiten niet vanzelf tot ontwikkeling komen. Faciliteiten zoals horeca vormen in de praktijk een belangrijke opstap voor ontwikkeling.
Vanuit vele maatschappelijke organisaties zoals de ANWB en het Wereld Natuurfonds wordt gepleit voor een recreatie- en natuurbestemming van de overige ca. 47.000 ha. In Manifest Ruimte voor Levende Rivieren (2024) beschrijven zij welke kansen er liggen het rivierengebied van Rijn, IJssel, Waal en Maas om de riviernatuur grootschalig te herstellen en ons land te beschermen tegen grootschalige gevolgen van klimaatverandering. Dat natuurherstel kan samengaan met de behoefte aan recreatie mits dat zorgvuldig, voornamelijk extensief en locatiespecifiek gebeurt.
Dit artikel staat in de december-editie van ROmagazine. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en digitaal gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor het papieren magazine berekenen we portkosten op jaarlijkse basis. Neem een abonnement.
Het pleidooi van ANWB en WWF en andere natuur- en landschapsorganisaties klinkt aantrekkelijk maar vormgeving in de praktijk is complex. Het gaat om grondgebruik en grondbeleid. Dat is een gevoelige kwestie. Ook heeft het pleidooi een aantal open einden, bijvoorbeeld wat zijn “extensieve recreatievormen”? Biedt het plan voldoende aangrijpingspunten voor de overheidsorganisaties die het ruimtelijk beleid van de buitendijkse gebieden bepalen?
We onderzoeken die vragen in algemene zin én we zoomen in op een specifiek riviertraject: de uiterwaarden en voormalige steenfabriek terreinen langs de zuidelijke oever van de Nederrijn, nabij Maurik. De trend van grootschalige vakantieparken met dicht op elkaar staande vakantiehuisjes zet zich de afgelopen jaren in de uiterwaarden voort. Drie van die terreinen zijn in de afgelopen 20 jaar getransformeerd tot vakantieparken met honderden recreatiebungalows.
Vakantieparken met veel dicht op elkaar staande chalets is de trend
In ons onderzoek gaat het om de resterende drie terreinen, Anker Oost, Anker West en de Roodvoet. Er zijn recent plannen voor deze terreinen gepresenteerd aan RWS en aan de gemeente Buren. Die zijn beiden bevoegd gezag in dit gebied: RWS gaat over de “stroomvoerende functie”, Gemeente Buren over de overige ruimtelijke bestemming van dit gebied.

Informatiebord bij Infocentrum IJssel Den Nul. Beeld Britt Kwantes
Het bevoegd gezag heeft nog geen definitief oordeel voor een herbestemming gegeven. Maar gesprekken met de betreffende investeerders en met de bevoegde overheidsorganisaties leiden voorlopig al wel tot een positieve conclusie: het begrip “extensieve recreatie” kan in algemene zin goed worden gedefinieerd in woorden waarbij de vier gevonden typen recreatie-investeringen extra houvast bieden aan overheidsinstanties en aan investeerders.
Kleinschalige recreatieve activiteiten
Tijdens de jaarlijkse informatiesessie van NGO Dijkwacht Buren op 4 maart 2025 konden bewoners uit de gemeente Buren hun zorgen uiten en samen plannen bedenken voor de toekomst van de uiterwaarden van de Nederrijn. Er werden verschillende ideeën besproken waaronder (water)speeltuinen, een kleine haven, een educatief centrum, aangewezen zwemgebieden, kanomogelijkheden en wandel- of fietsroutes.
Voor dit onderzoek zijn deze ideeën geëvalueerd aan de hand van de vier dimensies van Commonland om de meest kansrijke initiatieven te identificeren. Op basis van de rendementen met betrekking tot inspiratie, de gemeenschap, de natuur en op financieel gebied werden uiteindelijk vier overkoepelende recreatie ideeën onderscheiden: een haven voor historische schepen, een educatiecentrum in combinatie horeca en (water)speeltuin, een pluk- en groentetuin in combinatie met dagbesteding, en een natuurcamping waarin natuurbeleving centraal staat, met verplaatsbare vakantiehuisjes. De mogelijkheden van deze vier natuurinclusieve recreatie-ideeën zijn vervolgens besproken met experts, voornamelijk eigenaren of medewerkers van bestaande natuurinclusieve recreatieondernemingen.
Kleinschalige lighaven voor historische schepen - Een openbaar toegankelijke haven combineert recreatieve functies, zoals zwemvoorzieningen en horeca, met educatie over varend erfgoed. Daarnaast creëren deze havens mogelijkheden voor (vrijwilligers)werk. Hierdoor scoort het idee hoog op zowel het inspirerende als maatschappelijke rendement. De Arnhemse Stadsblokkenwerf is een goed voorbeeld. Deze plek is voorzien van een openbare zwemplaats, een kleinschalig paviljoen en het terrein wordt onderhouden door ongeveer zeventig gepensioneerde vrijwilligers die de historische schepen restaureren.
Leerzaam met de mogelijkheid van vrijwilligerswerk
Een interessante optie is de aansluiting bij Stichting Schepencarrousel. Deze stichting zorgt ervoor dat leden een tijdelijke ligplaats voor periodes tot drie maanden krijgen bij een van de aangesloten havens, waarna ze vervolgens verder varen naar een volgende haven om tijdelijk aan te meren. Deze aanpak maakt het mogelijk dat schippers hun schepen laten varen en het verhaal van hun schip kunnen delen. Daarnaast profiteren gemeenten en haveneigenaren doordat het varend erfgoed hun havens verfraait en de ligplaatsen flexibel benut kunnen worden. Wanneer de haven zich laat passen in de lokale natuur en het terrein goed wordt beheerd, dan is dit idee ook ecologisch rendabel. Zo kan een kleinschalige lighaven met historische schepen een veelbelovend recreatief initiatief in Nederlandse uiterwaarden zijn.

Bezoekerscentrum op wielen in Zuid-Limburg. Beeld Natuurmonumenten Sint-Pietersberg
Educatiecentrum in combinatie met horeca en (water)speeltuin - Denk aan een ontmoetingsplek en startpunt voor wandel- en fietsroutes. Bezoekers kunnen zich laten informeren over de natuur van het uiterwaardenlandschap, overstromingsrisico’s met oog op klimaatverandering en de geschiedenis van de lokale omgeving en steenfabrieken. Informatiecentrum IJssel Den Nul is hier een mooi voorbeeld van. Je kunt daar terecht voor informatie over de geschiedenis, de natuur, horeca, sanitaire voorzieningen, zwemgelegenheid en een (water)speeltuin. Zo’n educatiecentrum kan komen in restanten van oude woningen of gebouwen waar bouwvergunningen aanwezig zijn. In gevallen waarbij deze vergunningen ontbreken of het risico op overstromingen aanzienlijk hoog is, kan ook het innovatieve idee van een mobiel educatiecentrum gebruikt worden. Zo heeft Stichting Natuurmonumenten dat in Zuid-Limburg gedaan.
Stimuleren van buiten zijn, voor educatie en welzijn
De meeste bezoekerscentra draaien grotendeels op vrijwilligers. Informatiecentrum IJssel Den Nul werkt hiervoor samen met de Stichting JP van den Bent. Educatiecentra scoren zodoende erg hoog op zowel het inspirerende, maatschappelijke als ecologische rendement. Daarentegen is het financieel rendement lastiger haalbaar en zijn vele bestaande educatiecentra sterk afhankelijk van gemeentelijke subsidies. Een combinatie met horecavoorzieningen, een kleinschalige toeristenshop of entreegelden biedt mogelijkheden om financieel rendabeler te zijn. Tot slot benadrukte het bezoekerscentrum De Grote Rivieren Heerewaarden de essentie van het ondersteunen in de buitenbelevingen van mensen: ‘[...] Het buiten zijn en het buiten beleven. Ik zie de corona-ervaringen waar mensen weer tot ontdekking kwamen dat er een buiten is om tijd door te brengen.’
Kleinschalige pluk- en groentetuin in combinatie met dagbesteding - Er is een toenemende vraag om tijd door te brengen in de natuur. Dit is terug te zien in de jaarlijks stijgende bezoekersaantallen van Nederlandse pluktuinen. Alle geïnterviewde eigenaren gaven aan dat de oorzaken hiervan samenhangen met de groeiende behoefte van bezoekers naar een recreatieve plek waar rust, natuur en plezier is te vinden.
Pluktuinen scoren hoog op het maatschappelijke, ecologische en inspirerende rendement
Pluktuineigenaren zien ook het positieve effect op het mentale welzijn van haar bezoekers terug in de motivatie van vrijwilligers. ‘Het feit dat het zo’n rustgevend en helend effect heeft, is een enorm waardevol aspect. Aan de ene kant heeft het een positief effect op de bezoekers en aan de andere kant ondersteunt het de tuin zelf en de organisatie erachter.’ Aldus een tuineigenaar in Amstelveen.
Zo scoren pluktuinen hoog op het maatschappelijke, ecologische en inspirerende rendement. Daarentegen gaven de tuineigenaren aan dat het wel lastig is om het gehele jaar financieel rendabel te zijn doordat pluktuinen seizoensgebonden zijn. De tuineigenaren van de pluktuinen in Stoutenburg en Amstelveen gaven beiden aan dat het belangrijk is om aanvullende activiteiten te organiseren om het financieel rendement te verbeteren. Activiteiten die zij opperden waren bijvoorbeeld pompoenworkshops in de herfst te organiseren en kerstbomen te verkopen in de winter. Verder is het belangrijk om proactief rekening te houden met de overstromingsrisico’s van het uiterwaardenlandschap. Het aanleggen van verhoogde plantenbakken, waterbestendige zaden en fruitbomen werden als ideeën naar voren gebracht in de interviews.

Pluktuin in Bakkum. Beeld Britt Kwantes
Natuurcamping waarin natuurbeleving centraal staat en vakantiehuisjes verplaatsbaar zijn - Er is een groeiende interesse onder mensen om hun vakantie door te brengen in een natuurlijke omgeving. Zo geeft een van de eigenaren van de Oosterbeekse Rijnoever aan dat hun camping ieder jaar volgeboekt is en beschrijven zij de bezoekers als ‘mensen die even willen ontsnappen aan de maatschappij en rust en stilte zoeken’. De nadruk wordt gelegd op het creëren van een gemeenschap waarin de natuur centraal staat. Bij deze camping zijn de voorzieningen beperkt tot een veld voor campingplekken, een toiletgebouwtje en een kleine steiger voor bootjes. Verder zegt de eigenaar van Oosterbeekse Rijnoever: ‘In tegenstelling tot andere campings die het hele jaar open zijn en vaste plekken hebben met hekjes eromheen, vinden wij dat de natuur tijd nodig heeft om te ademen en zichzelf te herstellen. Dat is onderdeel van onze visie. Het is ook praktisch. Als er in de winter hoogwater is, is dat geen probleem want er staat dan niets op het veld.’
De nadruk wordt gelegd op het creëren van een gemeenschap waarin de natuur centraal staat
en soortgelijk recreatie-initiatief is Stichting VELD. Deze stichting is opgezet door Anne-Marijn Bogers en heeft een ondernemingsplan gericht op het aanbieden van natuurgerichte huisjes die in de winter verplaatst kunnen worden en regeneratieve activiteiten. De missie is om een inclusieve plek te creëren waar mensen kunnen genieten van vakanties in de natuur en met hun verblijf kunnen bijdragen aan en leren over het actief herstellen van de natuurlijke omgeving (regeneratie). Stichting VELD is momenteel bezig om deze ideeën op een permanente locatie vast te stellen. De uiterwaarden van de Nederrijn bij Maurik bieden die mogelijkheid. Een natuurcamping scoort zodoende hoog op alle vier de voorwaarden van Commonland. Het biedt inspiratie en ecologisch rendement door de sterke focus op natuurbeleving en maatschappelijk rendement door werkgelegenheid en openbare toegang. Tevens is dit idee financieel gezien ook sterk rendabel door de inkomsten uit accommodatievoorzieningen en georganiseerde activiteiten.
Nieuwe kansen voor natuur én recreatie
Het nieuwe programma Ruimte voor de Rivier 2.0 en de aanscherping van de BGR maken naar verwachting een eind aan de bouw van grootschalige bungalowparken in de uiterwaarden. Er mag niet meer gebouwd worden want recreatieparken kwalificeren (bij wet) niet als watergebonden. Maar wat wordt de bestemming van de terreinen van de oude steenfabrieken, met oude woningen, vervallen gebouwen en loodsen. Ook rust er vaak nog een vergunning op die terreinen. Ieder voormalig steenfabriek terrein heeft een eigen historie en een eigen set van vergunningen. Sommige terreinen zijn in handen van projectontwikkelaars die speculeren op toekomstige waardestijging. De terreinen liggen daarom min of meer braak en zijn weelderig begroeid met bomen en struikgewas, spontane riviernatuur.
Klimaatverandering dwingt ons om te schakelen naar vormen van gebruik van de uiterwaarden waar de natuur, waterveiligheid en recreatie in balans worden gebracht. De aangescherpte BGR 2025 heeft een grote impact op het gebruik van de uiterwaarden. Het landschap is omvangrijk met ongeveer 50.000 hectare aan uiterwaarden en biedt mogelijkheden voor natuur, landbouw en extensieve recreatie. Door de nieuwe regelgeving wordt het bouwen van niet-riviergebonden functies aanzienlijk beperkt. De nadruk verschuift naar behoud, herstel en zorgvuldig gebruik van het bijzondere rivierenlandschap. Het landschap is enorm waardevol met grote kansen voor combinaties van natuurontwikkeling en extensieve recreatie. De ruimtelijkheid, diverse natuur en seizoensgebonden dynamiek van de uiterwaarden maken het een aantrekkelijk gebied voor initiatieven waar maatschappelijke, ecologische en economische aspecten hand in hand kunnen gaan.
Op basis van de interviews, beleidsanalyses en participatieve observaties voor dit onderzoek zouden we ‘extensieve recreatie’ kunnen definiëren als: kleinschalige, toegankelijke en landschapspassende recreatie-initiatieven die op holistische wijze de verschillende inspirerende, maatschappelijke, ecologische en economische rendementen integreren ten behoeve van toekomstbestendige gebiedsontwikkeling. Deze definitie draagt bij aan de bestaande kennis over extensieve recreatie en biedt een praktisch uitgangspunt voor recreatieve ontwikkeling in de Nederlandse uiterwaarden. Deze richtlijnen geven vervolgens houvast voor toekomstige recreatie initiatieven die op kleinschalige en natuurvriendelijke wijze zowel bijdragen aan de maatschappij als de natuur. Toepassing en verdere toetsing van de definitie door onderzoekers, beleidsmakers en ondernemers wordt aangemoedigd. In dit onderzoek zijn vier voorbeelden van extensieve recreatie in uiterwaarden gebruikt om de definitie te illustreren en toegepast op de actuele situatie in Maurik.
Uit dit onderzoek is gebleken dat deze ideeën goed scoren op de vier rendementen die Commonland noodzakelijk acht voor een goed functionerend en toekomstbestendig uiterwaardenlandschap. Er liggen nu plannen bij de gemeente Buren en Rijkswaterstaat om over de uiterwaarden te beslissen. In deze plannen komen de vier genoemde ideeën voor extensieve recreatie terug. De verwachting is dat binnen een paar maanden duidelijk zal worden hoe de plannen in Maurik passen binnen de nieuwe beleidskaders.


