Peter Pelzer houdt intree-rede als hoogleraar TU Delft

'Meer flexibiliteit in ruimtelijke ordening cruciaal'

omgevingsvisie Gebiedsontwikkeling Beleidsnota’s

Peter Pelzer

Foto: Marcel Krijger / TU Delft
Auteur Joost Zonneveld

11 december 2025 om 16:18, Leestijd ca. 5 minuten


Snel bouwen heeft een prijs, waarschuwt Peter Pelzer. Op 12 december houdt hij zijn intreerede als hoogleraar ruimtelijke planning en strategie aan de TU Delft. ‘Natuurlijk zitten veel mensen op een woning te wachten, maar er lijkt sprake van een tunnelvisie om getallen te halen, een focus die sterk op de korte termijn gericht is.’ Hij pleit voor vaker tijdelijk bestemmen.

Peter Pelzer

Foto: Marcel Krijger / TU Delft

De Grote Verbouwing, een nieuwe Nota Ruimte, parallel plannen, beter benutten en STOER versnellen. Wie de debatten over de ruimtelijke ordening van Nederland een beetje volgt, weet dat de ruimtelijke puzzel ingewikkeld is en dat er vooral met spoed gebouwd moet worden. Het liefst op 21 doorbraaklocaties tegelijk. Het was deze week dan ook nieuws dat in 2025 – volgens de prognose – ‘slechts’ 77.000 woningen in aanbouw genomen worden, waar de ambitie onverminderd op 100.000 per jaar staat. Het ministerie van demissionair minister Keijzer was er als de kippen bij om duidelijk te maken dat ‘de dip’ vrijwel voorbij is en de voortekenen voor de komende tijd juist goed zijn.

Er lijkt sprake van een tunnelvisie om getallen te halen, een focus die sterk op de korte termijn gericht is.

Hoogleraar Peter Pelzer zet vraagtekens bij de manier waarop we in de ban zijn geraakt van snel en veel bouwen. 'Natuurlijk zitten veel mensen op een woning te wachten, maar er lijkt sprake van een tunnelvisie om getallen te halen, een focus die sterk op de korte termijn gericht is. Daarbij verliezen we het perspectief op de langere termijn uit het oog. Want zijn de keuzes die we nu maken ook houdbaar over 50 of 100 jaar? Het is daarnaast ook een kwestie van rechtvaardigheid om volgende generaties ook nog wat te kiezen te geven.'

'Dat betekent niet dat we ons landschap dan altijd maar moeten laten zoals het nu is, wél dat we de gevolgen voor toekomstige generaties moeten meewegen. Dat vraagt vooral om de consequenties van keuzes die we nu maken echt goed te doordenken. En waar mogelijk die keuzes een mate van omkeerbaarheid te geven.' Pelzer noemt het voorbeeld van de dominantie van de auto die in de tweede helft van de vorige eeuw in menige stad vrij baan is gegeven. 'Er zijn veel gemeenten die daar spijt van hebben en nu heel veel tijd en geld moeten investeren om dat enigszins te herstellen.'

Verslaafd aan oneindigheid

Omdat niet altijd goed te voorspellen is hoe ruimtelijke interventies op termijn uitpakken, is het volgens Pelzer van belang af te stappen van de belofte van definitieve keuzes. 'We zijn nu eigenlijk verslaafd aan oneindigheid. Functies worden voor onbepaalde tijd bestemd; we gaan ervan uit dat we garanties hebben, als je denkt aan onderwerpen als wonen, energie, zoet water en waterveiligheid. Maar je ziet dat die garanties steeds meer onder druk komen te staan, bijvoorbeeld door de verandering van het klimaat en technologische innovatie. Voor de grondgebonden landbouw wordt de beschikbaarheid van zoet water steeds meer een probleem en weilanden die een dubbelfunctie hebben als woonwijk en retentiebekken zouden in de toekomst weleens heel waardevol kunnen zijn. Mijn pleidooi is om dat soort vragen serieuzer te nemen dan we nu doen en daar nu al op in te spelen door minder onomkeerbare functies toe te kennen.'

Omkeerbare plannen

Maar wat betekent het pleidooi van Pelzer dan concreet? 'Je zou vanuit een lagenbenadering kunnen denken. Een grote ruimtelijke interventie betreft onze energie-infrastructuur. Daar wordt tot 2040 maar liefst 200 miljard euro in geïnvesteerd. Die investeringen zijn nodig, maar we moeten ons realiseren dat je die niet zomaar weer omlegt in de toekomst; er zit iets onomkeerbaars in. Maar in andere, kleinere en minder fundamentele interventies in de fysieke ruimte... daar kan het echt anders.'

Op plekken waar de onzekerheid op langere termijn groter is, kun je meer omkeerbare plannen maken. Door tijdelijk te bestemmen, door anders te rekenen en door meer modulair of drijvend te bouwen.

'Ik doel dan op plekken waar de onzekerheid op langere termijn groter is, bijvoorbeeld vanwege klimaatverandering, en waar het verstandig is om definitieve keuzes uit te stellen. Daar kun je meer omkeerbare plannen maken. Door tijdelijk te bestemmen, door anders te rekenen en door meer modulair of drijvend te bouwen. Dat biedt ruimte om bij te sturen als de omstandigheden veranderen en nieuwe kennis beschikbaar is. En daar liggen ook mogelijkheden om snel te bouwen, want ontwerpers van drijvende en modulaire woningen staan te springen om experimenteerlocaties. Een drijvende woning kan prima een meter omhoog als het gebied nodig is voor opslag van water. En een modulaire woning kan na dertig jaar uit elkaar worden gehaald en op een andere plek weer worden opgebouwd. Natuurlijk moet je daarbij het perspectief van de bewoner wel meenemen, zekerheid en duidelijkheid zijn bij zoiets wezenlijks als wonen cruciaal.'

Ruimtelijke ordening is de laatste decennia gedecentraliseerd en geprivatiseerd en daarin worden dagelijks op veel plekken keuzes gemaakt waar niet altijd zorgvuldige afwegingen inzitten. 

Om afgewogen keuzes te maken, zit de manier waarop onze ruimtelijke ordening georganiseerd is, nog wel in de weg, zegt Pelzer. 'Ruimtelijke ordening is de laatste decennia gedecentraliseerd en geprivatiseerd en daarin worden dagelijks op veel plekken keuzes gemaakt waar niet altijd zorgvuldige afwegingen inzitten. Gemeenten hebben een focus op uitbreiding, terwijl dat maatschappelijk misschien niet altijd en overal opportuun is en vanuit het Rijk wordt gestuurd op woningbouwdoelstellingen. Daarnaast kopen ontwikkelaars grond op posities waar ze denken dat zij kunnen ontwikkelen en dan ontstaat een lobby om dat voor elkaar te krijgen, na de realisatie trekken veel ontwikkelaars door naar de volgende locatie. Ik zou het wel interessant vinden als ontwikkelaars vaker skin in the neighbourhood houden. Zoals BPD bijvoorbeeld doet met haar woningfonds door een deel van de woningen in een gebiedsontwikkeling in bezit te houden. Een ontwikkelaar blijft dan voor langere tijd verbonden aan een gebied en wordt daarmee meer onderdeel van de langetermijngevolgen. Ik denk dat die directe betrokkenheid helpt om beter afgewogen keuzes te maken die een volgende generatie niet met veel moeite hoeft terug te draaien.

De intree-rede van hoogleraar Peter Pelzer vindt op 12 december plaats aan de TU Delft en is na aanmelding openbaar toegankelijk.
Gerelateerde Artikelen