
Bij de openingsfoto. Het zuidelijk gedeelte (voorgrond) van Flevokust Haven is bestemd voor natuur- en watercompensatie met een inmiddels gegraven watergang. Het westelijk gedeelte van de natuurcompensatie wordt nu gebruikt voor depots en puinbreker. Op de achtergrond in aanbouw de gebouwen voor het Deense modebedrijf Bestseller en voor Jysk, en het bestaande zonnepark van Engie. Beeld: Gemeente Lelystad
‘Er komt een tekort aan kwalitatief goede grond’, waarschuwt Oscar van Limburg, teamleider ruimte bij adviesbureau DAGnl. ‘We gaan er soms te gemakkelijk mee om.’ Leon Claassen, beleidsmedewerker bodem en ondergrond bij de provincie Gelderland, ziet een kentering: ‘Grond was lang een vergeten materiaal in circulair beleid. Maar gezien de tekorten moeten we er zuiniger mee omgaan.’ Nu het delven van primaire grondstoffen steeds vaker botst op ecologische en landschappelijke grenzen, groeit het besef dat we vrijkomende aarde zorgvuldiger en regionaal georganiseerd moeten inzetten.
Een nieuwe digitale marktplaats helpt daarbij, zeggen Van Limburg en Claassen. Het systeem biedt overheden grip op grondstromen en een manier om hergebruik integraal te organiseren. ‘We zijn gewend om grond als restproduct van een project te zien’, zegt Van Limburg. ‘Maar met deze aanpak wordt het een bouwsteen bij gebiedsontwikkeling.’
Dit artikel staat in de nieuwste editie van ROmagazine, december 2025. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en digitaal gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor het papieren magazine berekenen we portkosten op jaarlijkse basis. Neem een abonnement.
Proof of concept
De marktplaats wordt ontwikkeld door DAGnl en Sogelink, in samenwerking met onder meer de gemeente Lelystad, de provincie Friesland en sinds kort ook Gelderland. Het platform registreert en houdt locatiegebonden grond- en reststromen bij en is gekoppeld aan bestaande databases zoals de Basisregistratie Ondergrond (BRO). ‘Zo ontstaat een digital twin van de ondergrond’, zegt Van Limburg. ‘Met inzicht in herkomst, kwaliteit en toepassingsmogelijkheden.’ Een gemeente kan een zoekopdracht doen naar een bepaald type grond en dan geeft het systeem meerdere opties terug.

Screenshot van de marktplaats voor grond. Beeld: Pro Ruimte
De werking is gebaseerd op bestaande standaarden en sluit aan bij de informatiebehoefte van overheden. ‘Wij sluiten zoveel mogelijk aan bij wat er al is en wat algemeen wordt gebruikt’, zegt Van Limburg. ‘We willen geen nieuwe standaarden ontwikkelen. Daar waar we gegevens willen toevoegen, voeren we het gesprek met Geonovum.’
Geonovum stelt de standaarden vast die nodig zijn om geo-informatie van de overheid toegankelijk en uitwisselbaar te maken. Ook het ecosysteem van DMI (Dutch Metropolitan Innovations) is betrokken. ‘DMI is initiatiefnemer om richting een standaard digitale infrastructuur te gaan. Zij zorgen ervoor dat oplossingen en data in Nederland onderling uitwisselbaar zijn.’
‘De module vindt de beste match op basis van zes kuub’
Want dat is het doel. Nu is het nog een proof of concept voor overheden, maar later kunnen ook marktpartijen op het platform vraag en aanbod van grond plaatsen, voorzien van specificaties als type, kwaliteit, hoeveelheid en tijdstip. Het systeem suggereert vervolgens de best passende matches. Het maakt het mogelijk om grondverplaatsingen efficiënter te organiseren, doordat automatisch de dichtstbijzijnde toepassingslocaties worden gekoppeld aan beschikbare grond.
‘De module zoekt op basis van minimaal zes kuub naar de beste match binnen de regio’, zegt Brian de Vogel van Sogelink, een van de ontwikkelaars. ‘Dat voorkomt al onnodige transportbewegingen en scheelt flink in kosten en uitstoot.’
‘We hebben samen met Sogelink een systeem gebouwd waarin grond op projectniveau gemonitord kan worden, én waarbij een directe koppeling is gemaakt met de marktplaats’, vertelt Van Limburg. ‘Het is een federatief datasysteem. Dat betekent dat de gegevens uitwisselbaar zijn, maar dat je zelf bepaalt op welk niveau die gelezen mogen worden.’

Samenwerkingsverband
Grond verhandelen tussen overheden is niet nieuw. De Buyer Group Grondstromen is een samenwerkingsverband van publieke opdrachtgevers, waaronder de Provincie Friesland, Amsterdam, Rotterdam, Gelderland, Rijkswaterstaat en het ministerie van IenW. De groep werkt al langer aan circulair, regionaal en hoogwaardig hergebruik van grond door gezamenlijke inkoopstrategieën en kennisdeling. ‘
De inzichten van deze Buyer Group in de markt en de grondstromen vormden de basis voor de ontwikkeling van deze marktplaats’, zegt Van Limburg. ‘Zij stelden gezamenlijk eisen aan digitale ondersteuning bij grondstromen, wat leidde tot standaarden.’ Die zijn vervolgens via Geonovum en DMI vastgelegd en breed gedeeld.
‘Het systeem ondersteunt de wettelijke informatie- en meldplichten’
Deze standaarden maken het mogelijk het platform veel breder in te zetten dan alleen een marktplaats. Doordat gegevens over herkomst, kwaliteit en toepassing binnen de marktplaats digitaal worden vastgelegd, kunnen vergunningverleners en toezichthouders sneller en preciezer handelen. ‘Het systeem ondersteunt de wettelijke informatie- en meldplichten’, zegt toezichthouder Thijs Nijman van Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). ‘De aannemer kan zien of hij alle stappen heeft doorlopen. Denk aan de informatieplicht voor graven en de melding voor toepassen of opslaan. Wij kunnen meekijken. Dat voorkomt fouten in vergunningverlening en versnelt de afhandeling.’
Nijman onderstreept dat goed toezicht daarbij ondersteunend is: ‘We zien dat meldingen vaak ontbreken of niet compleet zijn. Dit systeem biedt mogelijkheden om te kijken wat wel of niet bekend is bij de betrokkenen. Zo voorkom je dat informatie verloren gaat’, aldus Nijman. ‘Als je eerder zicht hebt op risico’s, kun je sneller schakelen. En als je met dezelfde data werkt, voorkom je discussies achteraf.’

De depot-ruggen met begroeiing betreffen de gronddepots en midden in het gebied (niet begroeid) zijn de depots voor metselwerkpuin en betonpuin. Alle puin wordt gebroken, gesorteerd en gemengd tot menggranulaat. Menggranulaat (gecertificeerd) wordt gebruikt als funderingsmateriaal voor de wegen. Beeld: Gemeente Lelystad
Lelystad en Friesland
Een voorbeeld van deze aanpak is Flevokust Haven in Lelystad. Daar kwam circa vierhonderdduizend kuub grond vrij bij de aanleg van een logistiek bedrijventerrein. ‘Dat is zo enorm veel, waar kun je dat kwijt? Daarom kozen we ervoor dit project niet op de traditionele manier aan te pakken en is direct bij de aanvang van het project besloten om de grond vast te houden binnen het gebied’, zegt Klaas de Jonge, projectleider bij de gemeente Lelystad. Daardoor hoeft er nauwelijks grond afgevoerd of aangevoerd te worden. Dat verlaagt de transportkosten. ‘De reductie in stikstofuitstoot van het vervoer speelde daarbij ook mee’, zegt De Jonge.
Lelystad startte de pilot om grondstromen niet alleen binnen het project te behouden, maar ook kwalitatief op te waarderen. ‘Je begint een project met onzekerheden: hoeveel grond komt er vrij, wat heb je nodig, waar kan het heen?’ Daarom werd alle vrijkomende grond binnen het projectgebied nauwkeurig bijgehouden: de hoeveelheden, samenstelling en de kwaliteit. De Jonge: ‘Door vanaf het begin data te verzamelen en af te stemmen met partijen in de regio, kun je sturen.’ Met de juiste adviseurs en regelmatig contact met de aannemers kun je dan beter inschatten wat je nodig hebt en hoe het zit met vergunningen, zegt de projectleider. De marktplaats helpt om eventuele tekorten snel te kunnen aanvullen, direct van project naar project, zonder tijdelijke opslag.
In de pilot werd ook gekeken hoe bestaande grond geschikt gemaakt kan worden voor een specifiek gebruiksdoel. In dit geval ging het om een bosgebied. De vrijkomende grond is eerst ontdaan van puinverontreinigingen. Vervolgens is deze verrijkt met biomassa en slib, zodat de bodemstructuur verbetert en het bodemleven zich herstel. We hebben zelfs hennep geteeld om de bodemstructuur te verbeteren’, vult Van Limburg aan. De verrijkte grond is daarna teruggebracht naar het bosgebied.
Depot en verwerking
Om dit proces te organiseren, is binnen het project een centraal depot ingericht waar alle grondstromen tijdelijk worden opgeslagen. Hier wordt beoordeeld wat de geschiktheid van de grond is, en of aanvullende bewerking nodig is. Een deel van de grond wordt al bij het opgraven geanalyseerd en waar mogelijk gescheiden op basis van kwaliteit. Vervuilde grond wordt uitgesloten van hergebruik of ter plaatse gereinigd. ‘Zo kan grond – na opwaardering – zelfs opnieuw ingezet worden in het oorspronkelijke project’, zegt Van Limburg. De pilot toont volgens hem aan dat deze mate van circulariteit en opwaardering van grond niet alleen technisch mogelijk is, maar ook organisatorisch te realiseren. Hij benadrukt het belang van actuele informatie in het proces. ‘In Lelystad maken we elke week luchtfoto’s, zodat we de grondbalans voortdurend kunnen actualiseren en controleren. Dat helpt om onderbouwde keuzes te maken en afwijkingen tijdig te signaleren.’
In Friesland is de marktplaats volledig operationeel. De provincie vervult daar een regierol, begeleidt voornamelijk gemeenten en waterschappen die grond aanbieden en grond nodig hebben, en beoordeelt aanvragen. ‘Alle data zijn gestandaardiseerd opgeslagen, zodat uitwisseling tussen provincies mogelijk is’, zegt Van Limburg. Want dat is het doel: dat heel Nederland en wellicht onze buurlanden van het platform gebruik gaan maken.
Ecosysteem voor grondstromen
Inmiddels heeft ook Gelderland zich gemeld. ‘We gebruiken het platform onder meer om landbouwgrond te verbeteren met moeilijk inzetbare klei uit andere projecten. In een Europees project in de Achterhoek is klei uit een ander gebied op zandgronden aangebracht’, zegt Claassen. ‘Dat verbetert de bodemstructuur, verhoogt het organisch stofgehalte en draagt bij aan water- en nutriëntenretentie.’ De marktplaats is daarbij cruciaal om klei te vinden dat niet geschikt is voor hoogwaardige toepassingen, bijvoorbeeld om stenen van te bakken. ‘We vinden het zonde als die klei laagwaardig wordt weggewerkt, bijvoorbeeld in plassen. Wij zien graag dat dat weer naar de landbouw toe gaat.’
‘We gaan van projectoptimalisatie naar gebiedsoptimalisatie’
Claassen ziet daarnaast mogelijkheden om ecosysteemdiensten explicieter te integreren. ‘We willen in beeld brengen welke functies een bodem vervult, zoals waterberging en koolstofopslag. Als je dat weet, kun je nog gerichter sturen op behoud of versterking daarvan bij hergebruik.’
Toch zit de grootste innovatie niet in technologie, stelt Van Limburg, maar in de manier van samenwerken. ‘We gaan van projectoptimalisatie naar gebiedsoptimalisatie.’ Die transitie gaat snel, weet De Jonge. ‘De wereld wordt steeds complexer qua regelgeving en overzicht, en dat merken ook civieltechnische specialisten,’ zegt hij.
‘Vroeger was je vooral met techniek bezig, maar nu komt er van alles bij: ecologie, stikstof, wetgeving, omgevingsmanagement… Terwijl het aantal mensen dat het vak echt beheerst, afneemt, nemen de regels en randzaken juist toe. Vooral in kleine gemeenten, waar één civieltechnisch medewerker alle projecten moet overzien, is het belangrijk dat zo’n systeem helpt om overzicht te houden. Daarmee haal je eigenlijk ook kennis in huis, want de marktplaats houdt rekening met alle relevante regelgeving.’ Van Limburg. ‘Wat we aan het bouwen zijn, is een ecosysteem voor grondstromen.’
