Van watertechnologie tot biobased bouwen

Friesland proeftuin voor circulaire economie

Circulaire economie Omgevingswetgeving

De WaterCampus in Leeuwarden, waarbij inmiddels bijna 400 bedrijven en kennisinstellingen zijn aangesloten. Beeld Circulair Friesland
Auteur Bas Dijkhuizen

17 november 2025 om 13:52, Leestijd ca. 8 minuten


De Ruimtelijke Economische Visie (REV) van het ministerie van EZK benadrukt dat de circulaire economie van onderop moet groeien. Friesland laat zien hoe dat kan: als proeftuin voor circulaire innovaties op het gebied van water, biobased bouwen en mestverwaarding brengt de provincie partijen samen om te testen, op te schalen en een sterke regionale markt te creëren. ‘Je moet een thuismarkt aanboren om innovaties te kunnen exporteren.’

De WaterCampus in Leeuwarden, waarbij inmiddels bijna 400 bedrijven en kennisinstellingen zijn aangesloten. Beeld Circulair Friesland

Toen Friese ondernemers in 2015 Vereniging Circulair Friesland (VCF) oprichtten, was dat geen reactie op een oproep uit Den Haag of Brussel, maar een eigen initiatief. Ondernemers zagen dat ze hun toekomst alleen konden verzekeren door mee te bewegen richting circulariteit. Inmiddels telt VCF 185 leden, waaronder 120 bedrijven, alle Friese gemeenten, de provincie, waterschappen, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Directeur Evert Jan van Nijen benadrukt dat eigenaarschap van het bedrijfsleven de kern van het succes is: ‘Ondernemers zagen de urgentie en zeiden: we doen dit zelf.’

‘De regio is groot genoeg voor impact en klein genoeg om afspraken te maken’

Voor Van Nijen is duidelijk dat de circulaire transitie vooral op regionale schaal moet worden uitgevoerd. ‘Landelijk is de aanpak te abstract; lokaal kun je wel projecten doen, maar geen transitie organiseren. De regio is groot genoeg voor impact en klein genoeg om afspraken te maken.’ Friesland heeft een sterke sociale basis: saamhorigheid, korte lijnen en de bereidheid om samen te werken zonder direct rendement. ‘Er heerst een Fear Of Missing Out (FOMO) tussen ondernemers. Als de één stappen zet, wil de ander niet achterblijven. Dat versnelt de transitie.’

Dit artikel staat in ROm november, een themanummer dat geheel is gewijd aan de Ruimtelijk Economische Visie van het ministerie van EZ. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en digitaal gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor het papieren magazine berkenen we alleen portkosten op jaarlijkse basis. Voor informatie over abonnementen klik hier.

Circulariteit: zeven pijlers

Circulair Friesland hanteert een brede definitie van circulariteit, gebaseerd op zeven pijlers: grondstoffen, energie, waterkwaliteit en -kwantiteit, biodiversiteit, sociale inclusiviteit, gezondheid en welzijn, en waardecreatie. Bedrijven moeten minimaal op drie pijlers scoren, maar nooit negatief op de andere. Deze benadering verbindt de circulaire agenda met brede welvaart. Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (2019) toonde aan dat 60 à 70 procent van de Friese mkb’ers de noodzaak van circulariteit zag, maar moeite had met de uitvoering. VCF organiseert daarom ketens in bouw, infra, plastics en landbouw, waar bedrijven eenvoudig op kunnen aanhaken.

Een concreet voorbeeld is de groei van biobased bouwmaterialen. Friese boeren telen inmiddels op 700 hectare vezelgewassen zoals hennep, vlas en lisdodde. Over vijf jaar moet dat 5.000 hectare zijn. Zo ontstaat een regionale grondstoffenketen voor de bouw, met een nieuwe fabriek voor vezelhennep in Drachten als ontbrekende schakel. ‘We hebben grip op de regionale keten, waardoor we kunnen inspelen op de vraag van woningcorporaties en bouwbedrijven. Zo behouden we waarde in de regio en verminderen we de afhankelijkheid van mondiale grondstoffenstromen,’ zegt Van Nijen. De keten omvat vijf corporaties, dertig mkb-bouwbedrijven, duizend huizen die na-isoleren en honderd boeren. ‘Veel bouwbedrijven doen mee, en sommige bedrijven, zoals Bouwgroep Dijkstra Draisma, kiezen voor een eigen regionale keten.’

‘We hebben grip op de regionale keten’

Regionale kringlopen

De Friese afvalverwerker Omrin speelt een sleutelrol als spil in het regionale grondstoffenmetabolisme. Daar worden afvalstromen verwerkt tot herbruikbare grondstoffen en biogas, dat Friese overheden collectief inkopen. Zo ontstaan kringlopen die economische, ecologische en sociale waarde verbinden.
De Friese aanpak trekt inmiddels internationale aandacht. In 2025 presenteerde Circulair Friesland op het World Circular Economy Forum in São Paulo een datagedreven strategie, inclusief de eerste regionale Circular Gap Report met de hoogste circulaire score tot nu toe.
‘We hebben zicht op inhoudelijke hiaten en datagaps, wat ons helpt gericht stappen te zetten,’ aldus Van Nijen. Samenwerkingen met regio’s in Californië, Australië, Vlaanderen, Schotland en Scandinavië versterken die positie.

De nascheidingsmodule voor plastic afval van Omrin op Ecopark De Wierde in Heerenveen. Beeld Omrin

Van Nijen benadrukt dat circulair inkopen door overheden cruciaal is. ‘Alleen in Friesland gaat het om een inkoopbudget van 1,5 miljard euro per jaar. Als overheden dat circulair uitvragen, zetten ze hele ketens in beweging.’ Daarnaast is ruimtelijk beleid essentieel: bedrijventerreinen, energiehubs en nieuwe wijken moeten vanaf het begin circulair en toekomstbestendig worden ontworpen.

Energie- en waterneutrale wijk

Naast circulariteit heeft Friesland een tweede specialisme met internationale allure: watertechnologie. Wetsus, opgericht in 2003, groeide uit tot het Europese kennisinstituut voor toepassingsgericht wateronderzoek. Rond Wetsus ontstond de WaterCampus Leeuwarden, waar inmiddels bijna 400 bedrijven en kennisinstellingen zijn aangesloten.
De watertechnologiesector in Friesland heeft een jaaromzet van ongeveer 570 miljoen euro. Zakelijk directeur Johannes Boonstra ziet de WaterCampus als spil van een groot netwerk. ‘Van de zestig promovendi die bij ons actief zijn, komt het merendeel uit het buitenland. In Zuid-Korea en de VS weten ze wat we in Leeuwarden doen.’
Voor Boonstra zijn watertechnologie en circulaire economie nauw verbonden. ‘Binnen circulariteit gaat het om kringlopen sluiten en samenwerken in ketens. Dat is precies wat wij hier ook doen.’
Een voorbeeld is Spoordok, een nieuwe wijk in Leeuwarden die energie- en waterneutraal wordt. Vacuümtoiletten scheiden urine en feces van rioolwater, waardoor grondstoffen kunnen worden teruggewonnen. ‘Dat is ultieme kringloopsluiting,’ legt Boonstra uit. ‘Met deze technologie brengen we waardevolle stoffen veilig terug naar het land.’

‘Water is een license to produce’

De betekenis van water gaat verder dan technologie alleen. ‘Water is een license to produce,’ stelt Boonstra. Industrie en landbouw zijn extreem waterafhankelijk. ‘Er is genoeg water op aarde, maar het is niet goed verdeeld en we vervuilen de bronnen. Daarom moeten we slimmer omgaan met zoetwater.’ Wetsus werkt aan technologieën die zuiveren, energie opleveren en grondstoffen terugwinnen, zoals PFAS-verwijdering en mestrecycling.

Abstracte ruimtevraag

Friesland laat zien dat regio’s de motor kunnen zijn van grote transities. Gedeputeerde Friso Douwstra (Economie, Recreatie en Toerisme) ziet de circulaire economie als een van de zes speerpunten van het provinciaal beleid, maar plaatst kanttekeningen bij de ruimtevraag. ‘Er wordt telkens gezegd dat de circulaire economie zoveel extra ruimte nodig heeft. Maar waar blijkt dat concreet uit, behalve uit bureaustudies? Ik zie in de praktijk nog te weinig bedrijven die daadwerkelijk meer grond claimen.’
Douwstra pleit voor harde, concrete voorbeelden: ‘Anders blijft het abstract.’
Hij wijst op de recente Nota Ruimte, waarin minister Keijzer aangaf landbouwgrond te willen inzetten voor woningen en bedrijven, waaronder circulaire bedrijvigheid. ‘Dat is opvallend, want het staat haaks op eerdere signalen van haar kant. Voor ons biedt de nota wel perspectief om hierover in gesprek te gaan. Maar duidelijk is: de ruimtelijke claims van de circulaire economie moeten we beter onderbouwen.’

Ondanks zijn kritische houding benadrukt Douwstra het belang van de circulaire koers en de geopolitieke urgentie die ook doorklinkt in de Ruimtelijke Economische Visie van EZK. ‘We zijn te afhankelijk van buitenlandse grondstoffen. Door kringlopen lokaal te sluiten, maken we ons minder kwetsbaar.’

De Smûkwoning van Bouwgroep Dijkstra Draisma (BGDD) is een voorbeeld van hoe in Friesland met natuurlijke materialen wordt gebouwd: een houten woning met isolatiematerialen als vezelhennep, lisdodde en miscanthus. Beeld Bouwgroep Dijkstra Draisma (BGDD)

Biobased nieuwe standaard

Waar Circulair Friesland de samenwerking in uitvoeringsprojecten organiseert, laat Bouwgroep Dijkstra Draisma (BGDD) zien hoe de circulaire economie in de praktijk vorm krijgt. Directeur Biense Dijkstra en innovatiemanager Coen Verboom beschouwen biobased bouwen als de nieuwe standaard. BGDD gebruikt hout en biobased isolatiematerialen zoals cellulose, lisdodde en miscanthus. ‘We geloven in korte ketens,’ zegt Dijkstra. ‘Boeren telen vezelgewassen als wisselgewas, die we direct verwerken tot isolatiematten. Zo creëren we een gesloten keten, van boer tot bouwer, zonder onnodig transport.’

‘We zijn klaar met pilots. Dit is de stap van iconen naar volume’

De keten biedt boeren een nieuw verdienmodel, vooral in veenweidegebieden waar veehouderij onder druk staat. ‘Je helpt boeren aan een stabiele inkomstenbron en je levert tegelijk bouwmaterialen die Rockwool en andere CO?-intensieve producten vervangen,’ aldus Verboom. Toch blijft bouwregelgeving een struikelblok. Biobased isolatiemateriaal presteert beter dan de norm, maar omdat het net andere waarden heeft, past het niet in de rekenmodellen. ‘Dan krijg je geen groen vinkje, terwijl je een beter product levert,’ zegt Dijkstra. ‘Dat maakt ons product onnodig duurder en belemmert de opschaling.’
Die impasse lijkt nu doorbroken. BGDD heeft groen licht voor tachtig biobased woningen in Leeuwarden: klimaatpositief, stikstofneutraal en betaalbaar. ‘We zijn klaar met pilots. Dit is de stap van iconen naar volume,’ aldus Dijkstra. Met dit project laat Friesland zien hoe regionale samenwerking de circulaire economie tastbaar maakt. ‘Alles blijft lokaal. De boer krijgt zekerheid, wij continuïteit, en de woningen blijven betaalbaar. Dat is precies waar de circulaire economie voor bedoeld is.’

Gerelateerde Artikelen