Rijk verdeelt 3,4 miljard euro voor versnelling woningbouw; half miljard naar Merwedelijn

Woningbouw Verstedelijking Infrastructuur en mobiliteit

Foto: BrianScantlebury / iStock.com
Auteur ROmagazine.nl

11 november 2025 om 13:47, Leestijd ca. 3 minuten


Het Rijk trekt 562 miljoen euro uit voor een tramlijn van Nieuwegein naar het nieuwe stadsdeel Merwede in Utrecht. Ook gaat er ruim 100 miljoen euro naar een upgrade van de HOV-lijn bij Zaandam, is er 131 miljoen euro voor de Zuidplaspolder beschikbaar en kunnen een fietspad bij Arnhem en de Veluwelijn bij Harderwijk rekenen op tientallen miljoenen euro’s. Het zijn enkele van tientallen projecten die rijksgeld krijgen om woningbouw sneller van de grond te krijgen.

Foto: BrianScantlebury / iStock.com

'We willen zo snel mogelijk, zo veel mogelijk bereikbare woningen helpen bouwen’, schrijft het kabinet aan de Tweede Kamer. De 3,4 miljard euro die beschikbaar is gekomen, bestaat uit 2,5 miljard euro vanuit het Mobiliteitsfonds en 877 miljoen euro uit het Gebiedsbudget. 

De middelen zijn verdeeld over twee sporen: Woningbouw op Korte Termijn (WoKT) en grootschalige woningbouwgebieden. Voor de WoKT is 1,3 miljard euro beschikbaar gesteld. Dat geld gaat naar 106 voorstellen van 88 gemeenten, waarmee de bouw van circa 145.000 woningen kan starten.  

Deze projecten moesten onder meer aantonen dat de bouw voor 2034 begint en minimaal 200 woningen oplevert. De rijksbijdrage bedraagt maximaal 65 procent van het financiële tekort op de infrastructurele maatregelen, met een plafond van 20.000 euro per woning, inclusief btw. 

Wethouder Mobiliteit Ellie Eggengoor (Nieuwegein): 'De Merwedelijn is cruciaal om tienduizenden nieuwe woningen en arbeidsplaatsen goed bereikbaar te maken. Zonder snelle verbinding met Utrecht Centraal loopt de regio vast. Dit is een schaalsprong in het ov waar inwoners van de hele regio van profiteren.’ 

De resterende 1,2 miljard euro is bedoeld voor infrastructuur in bestaande grootschalige woningbouwgebieden. Hier worden 44 maatregelen gehonoreerd in de zeventien eerder aangewezen gebieden. Dan gaat het onder meer over de Oude Lijn in Leiden en Schiedam en de Spoorzone Zwolle. 

Deze investeringen moeten bijdragen aan de bouw van ongeveer 273.000 woningen tot 2035, aldus ministers Tieman (Infrastructuur) en Keijzer (Wonen) en staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur).  

De selectie gebeurde op basis van het afweegkader voor de middellange termijn, met aandacht voor onder meer realisme, regionale spreiding en druk op de woningmarkt. Capaciteitsbeperkingen bij ProRail en RWS speelden mee in de afweging: extra druk op het hoofdnet werd vermeden. 

Gebiedsbudget voor bredere maatregelen 

Naast de infrastructuurbudgetten is 877 miljoen euro uitgetrokken voor gebiedsgerichte maatregelen, zoals herinrichting van de openbare ruimte, verplaatsing van bedrijven of verwervingen. Deze middelen zijn bedoeld als aanvulling op gemeentelijke financiering en kunnen tot de helft van de kosten dekken. 

Voorbeelden van toegekende bedragen zijn 24,5 miljoen euro voor 't Zoet in Breda en 32,8 miljoen euro voor het Haagse CID Binckhorst. De toekenning vindt pas juridisch plaats na goedkeuring van de Tweede Kamer. Gemeenten moeten dan een definitieve aanvraag indienen, inclusief regionale cofinanciering. 

De extra WoKT-voorstellen worden gedekt door één van de WoKTvoorstellen van Utrecht niet te honoreren en nieuwe grootschalige woningbouwgebieden – zoals de Kanaalzone Alkmaar, BSK Apeldoorn, Helmond Centrum+ en Spoorzone Hengelo-Enschede – in deze ronde geen infrastructuurgelden. Daarvoor ligt de bal bij een volgend kabinet. Wel kunnen ze op in totaal 100 miljoen euro gebiedsbudget rekenen. 

Aandachtspunten voor gemeenten 

Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de uitvoering en dragen ook het financiële risico. De Rijksoverheid monitort de voortgang. Worden afspraken niet gehaald, dan kan het Rijk middelen herverdelen naar andere projecten.  

Ook moeten gemeenten rekening houden met een generieke korting van 0,5 procent op alle rijksbijdragen, om binnen het budget te blijven. 

De indieningsronde voor voorstellen leverde ruim 180 plannen op, waarvan de meeste volgens het kabinet ‘kwalitatief goed’ waren. Omdat het budget voor álle plannen ontoereikend was, vielen kleinere gemeenten ondanks inhoudelijk sterke voorstellen in veel gevallen af.  

Het ministerie noemt het pijnlijk dat projecten afvallen, maar dat is volgens de bewindslieden een onvermijdelijk gevolg van de rendementsgerichte benadering. 

Voor alle rijksbijdragen aan woningbouwprojecten is het noodzakelijk om nadere afspraken over kaders en randvoorwaarden te maken met gemeenten. Dat wordt dit jaar bij de Bestuurlijke overleggen MIRT in november vastgelegd. 

Gerelateerde Artikelen