Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Landelijk gebied Beleidsnota’s Natuur en ecologie

De doodlopende weg naar landbouwinclusieve natuur

Auteur Jaco Boer

03 juni 2024 om 17:01, Leestijd ca. 3 minuten

De weg naar een landbouwsector die parasiteert op zijn omgeving, loopt dood en dat weten veel landbouwexperts en -lobbyisten heel goed. Het is cynisch dat ze hun achterban voor blijven houden dat er niets aan hun manier van boeren veranderd hoeft te worden. Uiteindelijk keert de wal het schip en die wal is al veel dichterbij dan in de agrarische sector vaak wordt gedacht.

Het was een kleine maar opvallende aankondiging in het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe rechtse kabinet-in-wording. De nieuwe regering wil niet langer streven naar een natuurinclusieve landbouw maar een natuur die landbouwinclusief – lees: vriendelijk voor agrariërs - is. Het lijkt een semantisch woordenspelletje maar achter deze mededeling gaat een wereldbeeld schuil dat zich in de afgelopen decennia stevig in de agrarische sector heeft geworteld. Het is een kijk op landbouw waarin niet de bodem en het landschap van een regio het vertrekpunt is voor voedselproductie maar waarin de natuur ondergeschikt is aan de logica van opbrengstmaximalisatie. 

Die filosofie heeft Nederland in de afgelopen 70 jaar een welvarende maar ook sterk vervuilende landbouwsector opgeleverd. Het landschap veranderde mee: van kleinschalige akkers en weiden vol karakteristieke bloemen en houtwallen naar efficiënt en rationeel beheerde productievelden die er overal hetzelfde uit zien. 

Geen natuurinclusieve landbouw, maar landbouwinclusieve natuur; hoe bedenk je het?

Natuurinclusieve landbouw is een poging om de agrarische sector weer op een ecologisch houdbare leest te schoeien. Het is boeren binnen de grenzen van de natuur, zoals vereniging Natuurmonumenten het op zijn website helder verwoordt. Concreet betekent dat minder (kunst)mest, krachtvoer en bestrijdingsmiddelen gebruiken. De bodem en grondwaterstand bepaalt op een locatie welk gewas er op welke manier kan worden verbouwd. Boeren houden in hun maaibeheer ook rekening met het broedseizoen van weidevogels en zorgen voor kruidenrijke en insectvriendelijke akker- en slootkanten. Voor die extra inspanningen wordt hij voldoende financieel gecompenseerd. 

Een deel van de boeren heeft die omslag naar een natuurinclusieve landbouw al gemaakt. Al is het overschakelen niet eenvoudig. Er zijn in het verleden vaak grote investeringen gedaan die niet in één klap afgeschreven kunnen worden. Ook de leningen en contracten met financiële en agro-industriële bedrijven kunnen behoorlijk knellen voor wie het anders wil gaan aanpakken. Tel daar de veel te lage inkoopprijzen van supermarkten bij op en ook het gegeven dat veel wet- en regelgeving is toegesneden op intensieve landbouwbedrijven en het is duidelijk dat je als boer veel lef en uithoudingsvermogen nodig hebt om het roer om te gooien.  

Met een nieuw kabinet dat alles bij het oude wil laten, raakt de noodzakelijke vernieuwing van het platteland jaren achterop

Daarom is het zo belangrijk dat op landelijk en Europees niveau de bordjes worden verhangen en alle partijen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden om de landbouw te verduurzamen. Met een nieuw kabinet dat alles bij het oude wil laten, raakt de noodzakelijke vernieuwing van het platteland jaren achterop. De sector is daar niet mee geholpen. Een uitgeputte bodem heeft immers steeds meer (dure) hulpstoffen nodig om voldoende voedsel op te leveren. Een teelt die uitgaat van monoculturen is bovendien kwetsbaar voor ziekten en een veranderend klimaat. De weg naar een landbouwsector die parasiteert op zijn omgeving, loopt dood en dat weten veel landbouwexperts en -lobbyisten heel goed. Het is cynisch dat ze hun achterban voor blijven houden dat er niets aan hun manier van boeren veranderd hoeft te worden. Uiteindelijk keert de wal het schip en die wal is al veel dichterbij dan in de agrarische sector vaak wordt gedacht.

 

Gerelateerde Artikelen