Utrechtse A12-zone: bedrijfsleven pakt de handschoen op

Afdrukken
woensdag 15 augustus 2012
In de regio Utrecht werken bedrijven op initiatief van de Kamer van Koophandel Midden-Nederland samen aan een voorstel voor de toekomstige ontwikkeling van de A12-zone. Belanghebbenden en -stellenden krijgen in dit proces een prominente rol. De vernieuwende aanpak moet de partijen die verantwoordelijk zijn voor gebiedsontwikkeling weer in beweging brengen.

De regio Utrecht geldt als één van de zeldzame locaties in Nederland waar de komende decennia niet alleen sprake is van een kwalitatieve, maar ook van een kwantitatieve woningbouwopgave. Het voltooien van Leidsche Rijn, de ontwikkeling van Rijnenburg en het realiseren van enkele andere ontwikkelingen in buurgemeenten is hard nodig om de bevolkingsdruk tot 2030 te op te vangen. Daarnaast is het noodzakelijk ook elders ruimte te vinden voor de verwachte aanhoudende bevolkingsgroei na 2030. Sinds enige jaren wordt daarom met belangstelling gekeken naar de zogenoemde Utrechtse A12-zone.

De Utrechtse A12-zone beslaat grofweg 1150 ha. bedrijfslocaties, woonwijken, recreatiegebieden en een aantal functioneel gemengde terreinen op en langs de A12 tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten. Het gebied ligt centraal binnen de stedelijke agglomeratie, maar door de barrièrewerking van de snelweg is het geen geïntegreerd geheel. Ten noorden van de snelweg behoort de A12-zone tot Utrecht, ten zuiden tot Nieuwegein en Houten, met uitzondering van het Utrechtse Westraven. Ondanks (of juist dankzij) de perifere ligging ten opzichte van de stadskernen worden enkele deelgebieden nu al vrij intensief gebruikt: in totaal biedt de A12-zone op dit moment plaats aan ca. 40.000 inwoners en 2.500 ondernemingen die goed zijn voor 45.000 voltijdbanen.

Rentmeesteren

Sinds 2009 hebben overheden (BRU, Provincie, de drie gemeenten en Rijkswaterstaat) onder de vlag A12-Centraal een gezamenlijke visie ontwikkeld voor dit gebied. Dit traject leidde in 2011 tot de publicatie van Verstedelijkingsperspectief A12-Centraal, volgens welke de zone zich in 2040 heeft ontwikkeld tot ‘een motor van de (nationale) economie, met een multifunctioneel, hoogstedelijk woonwerkmilieu en uitzonderlijke groenkwaliteiten op een hoogwaardig, multimodaal vervoersknooppunt.’ Het gebied zou ruimte moeten bieden aan 10.000 – 20.000 extra inwoners en 2.500 – 7.500 extra arbeidsplaatsen. In de publicatie wordt nadrukkelijk gesproken over een ontwikkeling voor de langere termijn. Deze keuze voor een verre planhorizon heeft onder meer te maken met de huidige crisis in de bouw- en vastgoedsector. De focus van gemeenten is daardoor vooral gericht op kortetermijnopgaven. Waar de gemeente Nieuwegein graag spoedig een goede, mogelijk tijdelijke bestemming vindt voor de nu minimaal gebruikte Galecopperzoom, gaat de aandacht van de gemeente Utrecht uit naar het voltooien van de megaprojecten van Leidsche Rijn en het Stationsgebied/Hoog Catherijne. Voor de ontwikkeling van de A12-zone is voorlopig gekozen voor een fase van actief rentmeesterschap. Gedurende deze periode tot 2020-2025 zoeken de gemeenten met een lichte vorm van samenwerking naar oplossingen voor de huidige gebiedsopgaven in deze zone. De gedeelde ambitie voor het gebied moet gedurende deze periode overeind blijven, door alleen ‘no-regretmaatregelen’ toe te staan. In deze anticiperende beheerfase zijn geen grootschalige ontwikkelingen in het gebied voorzien.

Initiatiefgroep A12-zone
De initiatiefgroep, die onder leiding van de Kamer van Koophandel Midden-Nederland een inhoudelijke bijdrage gaat leveren aan het compelling proposal, bestaat uit Ballast Nedam, BAM, Rabobank, Strukton, TNO, VolkerInfra en Van Oord. Partijen die vanwege belangen in het gebied en/of expertise geïnteresseerd zijn in het initiatief, zijn van harte welkom om contact te zoeken met de initiatiefgroep.


Kansen

De Kamer van Koophandel Midden-Nederland (KvK) heeft dit proces gevolgd en besloten om door een privaat initiatief de aandacht voor het gebied levend te houden. Voorzitter Michaël Kortbeek: ‘Wij zien de ontwikkeling van de A12-zone als een grote kans voor Midden-Nederland en brengen daarom geïnteresseerde bedrijven bij elkaar om aan een visie op de A12-zone te werken. We benutten daarbij de denkkracht van deze bedrijven om tot innovatieve oplossingen te komen.’ De KvK sluit inhoudelijk aan bij de overheidsvisie, maar onderschrijft niet alleen het perspectief op de lange termijn. Op middellange termijn levert de ontwikkeling van de A12-zone kansen op voor de bouw- en ontwerpsector die momenteel in zwaar weer verkeert. Het creëren van het ambitieuze eindbeeld (innovatief, duurzaam en hoogwaardig) betekent niet alleen werk, maar ook een showcase voor de expertise van de sector. Het perspectief biedt zelfs op korte termijn kansen, door een nieuwe impuls te geven aan het realiseren van tot nu toe onvervulde wensen van gebruikers in het gebied. Daarmee kunnen publieke of private partijen besluiten de nodige investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van deelgebieden naar voren te halen. Het verbinden van deze kansen over de gehele periode tot 2040 kan leiden tot een ambitie die wordt gedeeld door de vele belanghebbenden- en stellenden in de A12-zone.

Reflex

De KvK begrijpt dat onder de huidige omstandigheden voor actief rentmeesterschap is gekozen, maar vreest dat onbevredigende oplossingen het gevolg zijn. De opgave vertoont sterke overeenkomsten met projecten als Avenue2 (Maastricht) en Zuidas Dok (Amsterdam). Deze projecten vergden een voorbereidingstijd van tientallen jaren. Het benutten van de lange aanlooptijd is daarom meer een kwestie van noodzaak dan van luxe, maar op dit moment lijkt de urgentie nog niet voldoende te worden gevoeld. Daarin schuilt het gevaar dat een oude reflex optreedt wanneer de woningbouwopgave acuut wordt: de keuze om groene buitengebieden op te offeren, omdat de opgave daar eenvoudiger is. De nabijheid van deze gebieden is echter één van de belangrijkste regionale vestigingskwaliteiten, en deze kan door binnenstedelijk bouwen worden behouden. De Provincie daarover: ‘wij willen de provincie aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. Wij hebben als pijlers van ons ruimtelijk beleid: een duurzame leefomgeving, vitale dorpen en steden en een landelijk gebied met kwaliteit. Daarom zetten wij in op binnenstedelijke ontwikkeling en het behouden en versterken van de kwaliteit van het landelijk gebied.’ Ontwikkeling van de A12-zone past daarom bij uitstek binnen de provinciale beleidsdoelstellingen.

Verkenning

Juist in deze fase is het noodzakelijk om de opgave op de nationale agenda te houden, zo luidt de eerste conclusie van de private samenwerking. Een logisch aanknopingspunt vormt de investeringsagenda van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Het gelijktijdig aanpakken van infrastructuur en gebiedsontwikkeling langs ‘de Rotonde van Nederland’ past immers uitstekend bij de rijksambities die de ‘R’ van ‘Ruimte’ in MIRT hebben gebracht.

Dit doel wordt gedeeld met de regionale overheden. Uit de mond van de projectgroep A12-Centraal klinkt het: ‘Wij hebben in de afgelopen jaren de A12 zone regelmatig geagendeerd in het MIRT overleg. Mede daarom is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk het ‘op lange termijn stimuleren van de regionale ontwikkeling van de A12 zone’ opgenomen als een opgave van nationaal belang.’ De deelnemende bedrijven (zie kader 1) hebben besloten om een ‘compelling proposal’ samen te stellen: een voorstel aan overheden om al in een vroeg stadium samenwerking te zoeken met het bedrijfsleven, om tijdig oplossingen te vinden voor de complexe opgaven. Dit voorstel dient zo overtuigend en aantrekkelijk te zijn, dat het door alle betrokken partijen wordt omarmd. Dat houdt in dat een aantal vragen geadresseerd wordt (zie kader 2). Eind 2012 wordt het voorstel landelijk gepresenteerd.

In feite is dit het voorwerk voor een later gezamenlijk met regionale overheden uit te voeren MIRT-verkenning. Er zijn rijksmiddelen gereserveerd voor de verbreding van de A12 na 2020. De vraag is of deze ingreep te verenigen is met de ambities van regionale overheden voor de A12-zone, maar ook met die van de bewoners, het gevestigde bedrijfsleven, natuur- en milieuorganisaties en andere belanghebbenden. Onderdeel van het private traject is daarom een inventarisatie van de wensen en eisen van de vele belanghebbenden en -stellenden. De uitkomst van deze zogenaamde ‘pre-verkenning’ moet een onderbouwd antwoord geven op de vraag of sterkere betrokkenheid van het Rijk noodzakelijk is. Als dat zo is, dan is het nut en de noodzaak van het starten van een MIRT-verkenning na 2012 aangetoond. Daarbij zullen partijen een vorm van samenwerking moeten aangaan, waarbij mogelijk een planontwerp in opdracht wordt vergeven.

Te beantwoorden vragen compelling proposal
  • Wat is de opgave voor Stedelijk Gebied Utrecht en de A12-zone en hoe is dit onderbouwd?
  • Binnen welke grenzen kan in de A12-zone worden gezocht naar oplossingen voor deze opgave?
  • Aan welke condities en randvoorwaarden moeten oplossingen voldoen?
  • Welke secundaire opgaven en ambities kunnen hieruit worden afgeleid?
  • In diverse varianten: tot welke bouwopgave leidt dit?
  • Passen deze varianten binnen de projectgrenzen? En wat zij de consequenties daarvan?
  • Welke ontwikkelstrategie leidt in dit langjarige traject tot optimale resultaten?
  • Welke (globale) financiële consequenties hebben de geformuleerde opgaven?


Cultuuromslag

Het initiatief voor de A12-zone is een experiment, voortgekomen uit de wens om de grote kansen van dit gebied voor de toekomst veilig te stellen, ook onder nieuwe economische omstandigheden en bij veranderende maatschappelijke verhoudingen. Het initiatief wordt gedreven door het principe dat overheden niet meer de grote trekker van gebiedsontwikkeling kunnen zijn of hoeven te zijn. Andere partijen kunnen rollen oppakken die in het verleden door de overheid werden ingevuld. De KvK kiest voor een rol van onafhankelijk procesmanager, omdat marktpartijen en overheden dit niet zelf kunnen invullen door hun positie in de waardeketen als respectievelijk opdrachtnemer en -nemer. Het vergt een vorm van transparantie en betrokkenheid die kansen biedt door het ontstaan van verrassende coalities tussen bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. De samenwerking tussen de initiatiefgroep en natuur- en milieuorganisaties is een mooi voorbeeld. Joris Hogenboom, directeur van de Natuur en Milieufederatie Utrecht: ‘We sluiten graag aan bij het initiatief van de KvK, omdat de A12-zone een uitgelezen kans biedt voor de integrale ontwikkeling van een duurzame stad. Een stad waar het goed leven, werken en recreëren is, met minimale afwenteling op de omgeving. Daarvoor is een gezamenlijk streefbeeld nodig, op grond waarvan we de komende decennia in kleine stappen de goede kant op bewegen.’ Ook voor overheden vergt deze aanpak een cultuuromslag. De minder actieve rol houdt in dat enige mate van controle uit handen wordt gegeven. Daar is vertrouwen voor nodig. Door heldere kaders en randvoorwaarden te benoemen, blijven de kwaliteitseisen voor de ontwikkeling ook binnen de samenwerking met bedrijven overeind. Maatschappelijk gewenste ontwikkelingen kunnen op deze manier met minder, want efficiënter ingezette middelen worden gerealiseerd.

Erwin Ketelaar, Michiel Lippus
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


© ROM B.V.

ROmagazine - Utrechtse A12-zone: bedrijfsleven pakt de handschoen op . http://www.romagazine.nl
Template Joomla 1.7 by Wordpress themes free