Olympische Spelen 2028: katalysator voor ruimtelijke ontwikkeling

Afdrukken
woensdag 13 juni 2012
De Tweede Kamer sprak dit voorjaar zijn zorgenh uit over de mogelijke kosten van Olympische Spelen in Nederland. Ook het draagvlak onder de bevolking voor de Spelen is het afgelopen jaar afgenomen. De discussie wordt echter te vroeg gevoerd. Zestien jaar van tevoren zijn kosten en opbrengsten omgeven met grote onzekerheden en enorme marges, waarbij al snel wordt uitgegaan van het slechtste scenario. Zinvoller is het om te werken aan de sportieve, maar ook aan de ruimtelijke ambities van Nederland. Juist als de nationale overheid en de steden op tijd beginnen, kan verdere planvorming leiden tot nuttige en gewenste investeringen. Ook als de Spelen er niet komen.

Dat slim en tijdig plannen veel kan opleveren blijkt uit recente studies die DHV samen met stedenbouwkundig bureau Must, de regio’s en steden heeft uitgevoerd in het kader van de Olympische Hoofdstructuur. Door het kiezen van de juiste locaties, die passen in de ontwikkelingsstrategie van de organiserende stad, zijn veel investeringen in infrastructuur en voorzieningen voor en na de Spelen blijvend van waarde. Uit het onderzoek komt bovendien naar voren dat Nederland zeker niet te klein is voor de Olympische Spelen en dat veel van de benodigde infrastructuur er al ligt of in de toekomst gewenst is, ook zonder Spelen. Voorzieningen specifiek ten behoeve van de Spelen, zoals extra tribunes bij stadions, zijn in veel gevallen in tijdelijke vorm te realiseren.

Perspectief op de mogelijke toekomstige Spelen kan gewenste investeringen in infrastructuur, nieuwe wijken en voorzieningen een extra impuls geven. Olympische Spelen of niet: fileproblematiek blijft vragen om aanpassingen op infrastructuur en openbaar vervoer; de dichtbevolkte Randstad blijft vragen om een creatieve aanpak en transformatie van de ruimtelijke omgeving. Als er op tijd rekening wordt gehouden met de mogelijke komst van de Spelen, kunnen die onnodige investeringen en torenhoge verwervingskosten worden beperkt. Dit kan bijvoorbeeld door in een vroeg stadium locaties vrij te houden of in gesprek te gaan met de eigenaren van de locaties die de steden willen ontwikkelen.

Amsterdam en Rotterdam

Voor de Olympische Spelen in Nederland zijn vijf verschillende ruimtelijke modellen ontwikkeld voor de belangrijkste en grootste onderdelen, de zogenaamde ‘Big Five’: het Olympisch Stadion, het zwemcomplex, het grote zaalsportcomplex, het Olympisch Dorp en het perscentrum. Drie compacte stedelijke modellen, twee in Amsterdam en één in Rotterdam, scoorden het beste op criteria als kosten en opbrengsten, IOC-richtlijnen, en ‘legacy’. Zowel in Amsterdam als Rotterdam liggen de beoogde locaties voor de Olympische Spelen in het stedelijk gebied. Het zijn voor een deel locaties die zich transformeren of nog moeten transformeren van havengebied of verouderd bedrijventerrein naar een gemengd stedelijk gebied, zoals Stadshavens in Rotterdam en Amstel III of het westelijk havengebied in Amsterdam. De mogelijke komst van de Spelen kan de ontwikkeling van zo’n locatie in een stroomversnelling brengen. Soms zijn er al veel argumenten om iets te doen en kunnen de Spelen wellicht een extra argument zijn in de besluitvorming en de voorbereidingen. De komende jaren kunnen worden gebruikt om een zo slim mogelijke invulling en planvorming te bedenken die zelfs meerwaarde oplevert als in 2016 wordt besloten om geen bid uit te brengen of in 2019, als Nederland de Spelen onverhoopt niet krijgt.

Stedelijk openbaar vervoer

De ontwikkeling van een stedelijke locatie kan het stedelijk openbaar vervoer een impuls geven. Zo staat in Rotterdam de komst van een nieuwe verbinding van hoogwaardig openbaar vervoer tussen het Zuidplein / Stadionpark en Kralingse Zoom hoog op de wensenlijst van de stad. Deze verbinding zou nu al in een belangrijke vervoersvraag voorzien, maar de voorbereidingen en verdere studie komen moeilijk van de grond. Hier zou mogelijke komst van de Spelen de kansen en mogelijkheden vergroten. Er is bovendien een lange voorbereidingstijd mee gemoeid. Voordat besloten kan worden tot de aanleg zijn we jaren verder.

Drijvend bouwen

Het Olympisch Dorp kan in beide steden gedeeltelijk drijvend worden uitgevoerd. Drijvende woningen kunnen laten zien hoe sterk Nederland als innovatieve waternatie is. Bovendien zijn drijvende woningen na de Spelen te verplaatsen met dus een kleinere kans op leegstand.

Pas in 2016 hoeft er een besluit te worden genomen over de Spelen. Tot die tijd is het goed om te kijken wat zo’n perspectief Nederland nu al kan opleveren, zowel ruimtelijk, economisch als sportief. Spelen of geen Spelen.

Jan Oosterman is adviseur vrijetijdseconomie en gebiedsontwikkeling

Het onderzoek ‘Olympische Hoofdstructuur, Alternatieven en hun implicaties’ is te vinden op www.rijksoverheid.nl.


© ROM B.V.

ROmagazine - Olympische Spelen 2028: katalysator voor ruimtelijke ontwikkeling . http://www.romagazine.nl
Template Joomla 1.7 by Wordpress themes free